Aan alle mooie liedjes komt een eind…

Hallo iedereen!

Voor ik begin met het uitschrijven van mijn Keniaanse avonturen wil ik al de studenten veel succes wensen met de examens! Ik denk dat de meesten al begonnen zijn of misschien zelfs al klaar zijn, dus ben een beetje laat. Mijn excuses hiervoor, but I’m losing track of time here in Kenya. Mijn tijdsbesef is helemaal door de war. Maar bij deze: good luck! Dit schrijvende besef ik trouwens dat dit de eerste keer is in drie jaar tijd dat ik rond deze periode geen examens moet afleggen. Wat het niet minder druk maakt. De deadlines voor mijn verslaggeving en portfolio komen steeds dichterbij en de lectoren voor de vakken van het volgende semester hebben ons al opgezadeld met werk. Maar ik klaag niet, hoor. Ik werk veel liever voor school hier dan dat ik in het grijze België moet blokken voor een examen.

Het einde komt nu heel dichtbij… Volgende week ben ik weer in het Belgenland. Sorry voor alle mensen die uitkijken naar mijn terugkomst en de dagen aftellen, maar ik wil echt niet terug… Hoe hard ik sommige mensen ook mis, voor mijn part blijf ik hier nog wat langer. Kenia voelt nu als thuis. Ik heb hier een netwerk opgebouwd en werk op de meest fantastische stageplaats ooit, de kinderen hebben mijn hart gestolen, het klimaat is helemaal mijn ding, de omgeving is prachtig,… Ik weet het, ik val in herhaling. Maar het is echt zo. Afrika heeft mijn hart gestolen! Ik heb misschien een blanke huidskleur, vanbinnen voel ik me steeds meer een zwarte. Heel wat mensen hier verbazen zich er over hoe gemakkelijk ik mij heb aangepast aan de cultuur en hoezeer ik mij hier op mijn gemak lijk te voelen. En het is ook zo, ik voel me hier echt op mijn plaats. Toch zijn de laatste dagen niet gemakkelijk geweest. Mijn gezondheid betert niet. Ik heb ook afscheid moeten nemen van de kinderen op mijn stageplaats. Het was dus emotie alom de afgelopen twee weken.

Zoals je in mijn vorige blogbericht kon lezen, volgde de ene gezondheidscomplicatie te andere op. Verwonderlijk, ik ben de eerste maanden geen enkele keer ziek geweest en nu plots komt er geen einde aan. Mentaal ben ik niet klaar om weer naar België te vertrekken. Ik denk dat ik hier nooit klaar voor ga zijn, maar mijn lichaam heeft er (even) genoeg van gehad en laat duidelijk blijken dat het tijd is om naar België te gaan. Twee weken geleden – vlak nadat ik het vorige blogbericht had gepost – heb ik een bacteriële infectie opgelopen. De bacterie draagt de naam “staphylococcus” (ik zie steeds een kakkerlak-achtig beestje voor mij wanneer ik de naam uitspreek) en is ook wel gekend onder de naam “ziekenhuisbacterie”. De meeste mensen worden niet ziek van deze bacterie en het lichaam kan de bacterie weren, maar wanneer je weerstand wat minder is – wat bij mij dus het geval was – kan je er goed ziek van worden. De beestjes hadden zich in mijn gezicht gehuisvest en veroorzaakten daar een huidinfectie. Ik kreeg allemaal wondjes/zweertjes (weet niet hoe ik het moet noemen) in mijn gezicht. Het begon als een klein rood puntje dat steeds groter en groter werd. Pijnlijk, dat was het zeker. Na een tijdje gingen deze wondjes altijd vanzelf weg, maar een van de wondjes (op mijn kaaklijn) raakte zeer zwaar geïnfecteerd. De bacterie heeft daar het hardst toegeslagen. Op enkele dagen tijd was het kleine, rode puntje uitgegroeid tot een grote knobbel. Ik ben naar de apotheker geweest voor medicatie, maar het werd er niet beter op. Ik heb diezelfde dag nog een nachtdienst gedraaid wat niet echt gemakkelijk was omwille van mijn gezondheidstoestand, maar ik moest met een van de kinderen midden in de nacht naar het ziekenhuis (lees verderop in dit bericht voor meer hierover) waardoor ik mijn eigen pijn even vergat. Eenmaal thuis werd het echter duidelijk dat er iets grondig mis was. Op enkele uren tijd was mijn kaak twee keer zo dik geworden en de huid erom heen helemaal rood. Ik had ooit ergens gelezen dat wanneer de rode kring rond een wonde groter wordt, dit nooit een goed teken is. Ik ben meteen naar de “clinic” gegaan en dit bleek een wijze beslissing. De dokter liet me weten dat wanneer ik nog wat langer had gewacht, de bacterie op mijn kaakbot had kunnen overslaan. Slik… De dokter heeft meteen zware antibiotica voorgeschreven en heeft de knobbel moeten opensnijden. Ik heb de laatste weken in Kenia dus rondgelopen met een verband op mijn kaak. Mooi zicht… In Afrika is het de gewoonte om iedereen op straat aan te spreken, ook onbekenden. Voortdurend vroegen mensen mij dus wat er was gebeurd en wensten ze mij veel beterschap. Ondanks dit alles kon ik het trouwens niet opbrengen om thuis te blijven. Ik wilde kost wat kost zoveel mogelijk tijd met de kinderen doorbrengen. Ondertussen is de wond aan het genezen en ziet het er steeds beter uit. De dokter heeft fantastisch werk geleverd! Ik heb de strijd met de staphylococcus-bacteriën gewonnen! Nu ja, ik heb dit vooral te danken aan de dokter en de antibiotica. Maar ook aan de huismoeders in DCV die zich om mij hebben bekommerd en de kinderen die mijn gedachten hebben verzet.

Ondertussen zit mijn eindevaluatie er ook al op. Deze vond plaats midden in mijn bacterie-strijd. De dag voor mijn eindevaluatie is de dag dat ze de wond hadden opgesneden en ik had koorts op het moment dat het evaluatiemoment doorging. Niet de beste omstandigheden, maar het is gelukt. This is Africa ;-). De evaluatie is super positief verlopen en iedereen is tevreden. De mooiste feedback die ik kreeg van mijn mentor en de rest van het team was dat ik niet zomaar een stagiaire ben maar echt deel uitmaak van het team. Ik ben niet gewoon “Els”, maar “Auntie Els”. Bovendien hebben zij ook veel van mij geleerd. De deuren staan altijd voor mij open en ze zullen mij met open armen ontvangen. Ik moet dus zeker nog eens teruggaan. Hoe mooi de reis naar Ghana ook was en hoeveel liefde ik ook voelde voor de kinderen in het weeshuis (ik ben niet voor niks twee keer teruggekeerd), ik heb Kenia nog intenser beleefd. Dit ligt niet zozeer aan het land zelf – Ghana is en zal altijd mijn eerste Afrikaanse liefde blijven – maar aan het werk dat ik in Kenia heb verricht. Het werk in DCV heeft me zoveel voldoening gegeven. In de ochtend vertrok ik mijn ontzettend veel goesting naar de stageplaats, en ’s avonds kwam ik steeds met een grote glimlach op mijn gezicht weer thuis.

Ik heb tijdens mijn laatste stageweken nog zoveel mogelijk proberen te doen. Ik ben nog één keer naar de Children’s Department gegaan. In een eerder blogbericht schreef ik reeds over de mogelijke terugkeer naar huis van twee broertjes die in DCV verblijven. Enkele weken geleden kwam de vader van de twee jongetjes naar DCV en hadden we een uitgebreid gesprek met hem. Hij was zeer gemotiveerd om zijn zoontjes terug in huis te halen (kan geen details geven over de reden van de plaatsing en het hoe en wat). Voor we groen licht kunnen geven, moeten we de zaak overleggen met de Children’s Department. We hebben de children’s officer ingelicht over het gesprek met de vader en hebben hem het “inquiry report” (= onderzoeksrapport) overhandigd. Na een kort gesprek gaf de Children’s Department ons de toestemming om de vader en de jongetjes weer te herenigen. Bovendien kreeg ik nog complimenten van de officer voor het harde werk dat ik de afgelopen maanden heb geleverd =). Het is altijd fijn wanneer kinderen terug naar huis kunnen gaan. In DCV wordt er zeker goed voor ze gezorgd en er komt hen niets tekort. De kinderen voelen er zich goed, maar de beste plek voor een kind om op te groeien is nog steeds in een “echt” gezin en bij de eigen familie. Zeker in dit geval, aangezien de vader gemotiveerd is, financiële stabiliteit kent en hij goede bedoelingen heeft. Wanneer een kind de voorziening verlaat, moet er steeds een document opgesteld worden waarin vermeld wordt waarom en wanneer het kind de voorziening verlaat en wie de zorg van het kind zal overnemen en de verantwoordelijkheid zal dragen. Tot nu toe was er nog geen vast document opgesteld en de kwaliteit van de vorige documenten was niet zo optimaal (vaak met de handgeschreven en niet al de informatie bevattende). In het begin van mijn stage had ik een “exit agreement” opgesteld dat DCV in de toekomst nog kan gebruiken. Mijn mentor was me dankbaar en liet me weten dat ze het zeker en vast zal gebruiken wanneer ik weer weg ben.

Zoals ik eerder al schreef, heb ik een nachtdienst gedaan. Ik wilde eens zien hoe zo’n nachtdienst verloopt en het leek me fijn om dit eens mee te maken. De nachtdienst begint rond zes uur (ik zeg “rond” zes uur, want in Kenia bestaan er geen vaste tijdstippen). Samen met de kinderen en de aunties werd er gegeten aan één grote tafel. Nadien hielp ik bij het huiswerk, waste ik de kleintjes (dit gebeurt buiten met een emmer water), hielp ik ze bij het tanden poetsen en stopte ik ze in bed. Ik heb nog even met de oudere kinderen in de woonkamer tijd doorgebracht en gezellig gebabbeld. Normaalgezien kijken de kinderen iedere avond naar een bepaald televisieprogramma en daarna moeten ze naar bed. Maar de televisie was stuk, dus dat betekende geen televisie kijken die avond. Wanneer alle kinderen in bed liggen, wordt alles klaargezet voor de volgende ochtend (schooluniformen, ondergoed, bekers, brood,…) en gaan de aunties naar bed. Het moment waarop de aunties gaan slapen is tussen 21 en 23 uur, afhankelijk van de dienst. Soms verloopt alles volgens plan, soms ook niet (zieke baby, geen stroom of water, ruzie tussen de kinderen, …). Om 4 uur ’s morgens moeten de aunties er weer uit. Het aantal uren dat de aunties kunnen slapen is weeral afhankelijk van de dienst (soms slapen de kinderen goed door, soms niet). Die nacht heb ik niet geslapen. Ik lag nog maar net in bed toen één van de kinderen op de slaapkamerdeur kwam kloppen. Hij had een allergische reactie op de medicatie die hij die avond had geslikt voor zijn pijnlijke knie. Zijn gezicht was zo gezwollen dat hij bijna onherkenbaar was. Hij kon niets zien omdat zijn ogen toegeplakt waren en ademen ging moeilijk. Dit is trouwens al de tweede keer dat dit gebeurt. Op zo’n ogenblikken kan ik me echt druk maken in de Afrikaanse laksheid. Wanneer een kind in België allergisch is aan bepaalde medicijnen wordt dit meteen in het medisch dossier vermeld en wordt hier rekening mee gehouden iedere keer wanneer het kind naar de dokter gaat. Bovendien wordt het hele team op de hoogte gesteld. Dat is dus niet het geval in Kenia. De huismoeders die dag op dienst waren wisten blijkbaar niet dat de jongen allergisch was voor de medicatie (of hebben er gewoon niet opgelet). Dit had dus best voorkomen kunnen worden. Ik ben bij de jongen in de zetel gaan zitten en heb hem gezelschap gehouden tot de taxi arriveerde die ons naar het ziekenhuis zou brengen. Het heeft bijna 2 uur geduurd voor de taxi er was! Again, this is Africa… Ik had zoveel medelijden met de jongen. Het is verschrikkelijk om een kind zo te zien lijden. Ik heb hem heel de tijd vastgehouden en troostende woorden gesproken. In het ziekenhuis kreeg hij meteen een paar injecties en hij mocht weer vertrekken. In België zou een kind in deze toestand een nachtje in het ziekenhuis blijven, maar hier mocht de jongen meteen weer naar huis. Gelukkig was de jongen zo moe dat hij meteen in slaap viel nadat ik hem naar zijn bed had gebracht. Zelf heb ik niet meer kunnen slapen, want we waren pas om 3 uur terug van het ziekenhuis en om 4 uur staan de aunties op. Het ontbijt moet worden klaargemaakt en de leefruimte moet opgeruimd en schoongemaakt worden. Om 5 uur worden de lagere schoolkinderen gewekt en maken ze zich klaar. Om 6 uur komt de bus ze ophalen. Ik ben meegegaan met de bus en heb de kinderen op school afgezet. Nadien worden de kleintjes opgehaald en naar de kleuterschool gebracht. Nadat al de kinderen op school waren afgezet, ben ik nog even teruggegaan naar DCV (hoe moe ik ook was) om even te kijken hoe het met de jongen ging. Hij had mijn stem buiten al gehoord en riep vanuit zijn kamer mijn naam. Ik ging meteen naar hem toe (hij zag er gelukkig al wat beter uit) en de jongen pakte mij meteen vast en bedankte me voor het feit dat ik heel de nacht bij hem was gebleven. Op dat ogenblik smolt mijn hart. Het maakte me helemaal niks uit dat ik niet had geslapen, voor deze kinderen doe ik alles. Ik had graag nog wat meer nachtdiensten gedaan voor mijn vertrek, maar dat was niet mogelijk. Eén van de aunties vertrok rond die periode net op zwangerschapsverlof waardoor al mijn hulp overdag nodig was. De kinderen vonden het alvast fantastisch dat ik een nachtdienst had gedaan en vonden het spijtig dat het niet meer zou gebeuren. De kinderen waren zo enthousiast over het feit dat ik in DCV had geslapen dat één van de kleuters ’s morgens al om 5 uur in de woonkamer stond om mij te zien ;-). Ik heb hem toch nog even terug naar bed gestuurd!

De laatste twee weken stond ik altijd als tweede vaste auntie op dienst. Eén auntie was op zwangerschapsverlof en één auntie was ziek. Normaal gezien staan er altijd 2 vaste aunties op dienst (en dan ik), maar nu stond ik dus steeds met één andere auntie op dienst. Dit wil toch zeggen dat ze me vertrouwen en mij echt beschouwen als een volwaardig deel van het team. Hoewel de kinderen allemaal op school waren, was het best druk. De baby’s vragen veel verzorging en aandacht en aangezien de wasmachine (weeral) stuk was, moest alles met de hand gewassen worden. En dat vraagt veel tijd en is best zwaar werk! Toch vond ik het altijd fijn om te doen. Eén van de aunties wast en schrobt, de andere auntie spoelt en hangt alles aan de drooglijn. Dit is altijd gezellig en tijdens het wassen kan ik met de andere auntie babbelen.

Eén van de competenties die ik tijdens deze stageperiode moest bereiken, houdt in dat je vanuit de hulpvraag van de cliënt een handelingsplan kunt opstellen. Zo’n handelingsplan bestaat niet in DCV. Om toch te kunnen aantonen dat ik in staat ben om zelf zo’n plan op te stellen, heb ik een handelingsplan opgesteld voor één van de kinderen die ik nauw heb opgevolgd en begeleid. Het is niet de eerste keer dat ik een handelingsplan moet opstellen. Op mijn vorige stageplaats stelde ik reeds doelen op voor het handelingsplan van één van de jongere. Ik baseerde me voor dit handelingsplan niet alleen op wat ik geleerd heb tijdens mijn vorige stage, maar ik hield tevens rekening met de cultuurgebonden factoren. In België ligt de focus in de hulpverlening voornamelijk op de emotionele toestand, het gedrag en de sociale vaardigheden van het kind, terwijl het voorzien in de basisbehoeften van de kinderen het belangrijkste streefdoel is in Kenia. In het plan dat ik opstelde combineerde ik zowel de mate waarin het kind voorzien werd in de basisbehoeften als het gedrag en de psychosociale toestand van het kind. Mijn mentor was weer super enthousiast. Samen hebben we het plan overlopen en heb ik wat meer uitleg gegeven. In de toekomst wil ze nog meer van die plannen opstellen. Ik ben blij dat ik mijn steentje heb kunnen bijdragen en echt een verschil heb kunnen maken in DCV.

Gisteren heb ik afscheid genomen van de kinderen. Eén woord: zwaar. Het was een emotionele maar tegelijkertijd ook een fantastische dag. Het was één van mijn mooiste dagen van de hele periode in Kenia. Yvonne – de Nederlandse oprichtster van DCV – stelde enkele weken geleden al voor om een BBQ te organiseren op mijn laatste stagedag. Ik vond dit een heel goed idee en ik wist dat de kinderen het fijn zouden vinden. Yvonne liet me weten dat zij alles zou regelen. Ik moest dus zelf niks doen. Ik heb wel twee grote chocoladecakes besteld, omdat ik weer hoe gek de kinderen zijn op chocolade (en ik zelf ook natuurlijk). Wanneer de kinderen in DCV jarig zijn, wordt er cake voorzien. Deze cakes komen van één van de lokale bakkers uit het dorp. Echt lekker vind ik die cakes niet. Ze zijn best droog. Ik wilde de kinderen een cake schenken die ik zelf ook met veel plezier zou opsmullen, dus ik ging naar één van de beste patisserieën in de buurt. Je kunt deze plaats een beetje vergelijken met een Afrikaanse Starbucks.

Na de lunch vertrokken we naar het zwembad waar het feestje zou doorgaan. Dit zwembad is vlak naast het strand gelegen, volledig omgeven door palmbomen. Vanaf het zwembad kijk je uit op het blauwe water en het witte zand. Prachtige locatie dus. Na het zwemmen ging het feestje verder op een private locatie, ik zou het een “VIP-party” kunnen noemen. De schoonouders van Yvonne hebben een huis op datzelfde terrein en de BBQ zou daar doorgaan. We hadden het hele huis en het domein er omheen voor onszelf. De kinderen hebben ontzettend genoten van het eten (worstjes, burgers, friet, pizza) en ik heb gesmuld van mijn rauwe groentjes ;-). Nadien was het tijd voor de cake. Voor ik de cake mocht aansnijden, hebben al de aanwezige aunties speeches gehouden voor mij. Toen kreeg ik het even heel moeilijk. Ze spraken zoveel mooie en lovende woorden! Ik kreeg er tranen van in mijn ogen. Ik heb me al die weken zo hard ingezet en heb zo mijn best gedaan, en dit is niet voor niks geweest. Het team en de kinderen zijn me zo dankbaar. Ze lieten me weten dat ze me allemaal ongelooflijk gaan missen en dat ik altijd welkom ben. Ik kreeg zelfs een cadeautje en een kaart waarin al de namen van de kinderen en de collega’s stonden. Deze kaart zal ik koesteren voor de rest van mijn leven!

Het was al heel laat toen we vertrokken en de kinderen waren moe en uitgeteld. Ik ben nog even mee geweest naar DCV om de kinderen af te zetten en afscheid te nemen. Ik heb van elk kind apart afscheid genomen. Ieder kind reageerde anders op het afscheid. Sommigen werden heel stil, anderen kregen traantjes in hun ogen… Ik had niet gedacht dat de allerjongsten zouden beseffen dat ze me niet meer zouden zien, maar toen ik hen een knuffel gaf, keken ze heel triest. Ik had mezelf voorgenomen om niet de huilen waar de kinderen bij zijn (het is zo al moeilijk genoeg voor hen), maar zodra ik buitenkwam, begonnen de traantjes te rollen.

Nu besef ik nog niet echt dat ik ze niet meer zal zien en dat het avontuur bijna gedaan is. Ik denk dat dit pas tot me gaat doordringen wanneer ik weer in België ben. De kinderen beseffen het zelf misschien niet, maar ze hebben mij zoveel gegeven. Zij zijn de reden geweest dat ik toch ben blijven werken ondanks de pijn en ziekte. Wanneer mensen horen waar ik werk, reageren ze vaak met woorden zoals “ik zou het niet kunnen” en “daar moet je wel echt sterk voor zijn”, maar in mijn ogen zijn het vooral de kinderen die sterk zijn. Ondanks alles wat ze hebben doorgemaakt, blijven ze optimistisch en proberen ze er het beste van te maken.

De belangrijkste les die ik op mijn stageplaats heb geleerd is om af en gas terug te nemen en mezelf rust te gunnen. Ik ben iemand die haar eigen grenzen weleens overschrijd en ik heb het gevoel dat ik steeds in de weer moet zijn. In Kenia was dit echter niet mogelijk omwille van het lagere werktempo en het klimaat. In de sociale sector – die zowel fysiek als mentaal veel van de hulpverlener vraagt – moet je af en toe tijd nemen voor jezelf anders houd je het niet vol. Ik ben er ook in geslaagd om mijn faalangst los te laten. Ik ben meer gaan geloven in mijn eigen kunnen. Alles kan niet perfect zijn, zeker niet in de hulpverlening! Nu moet ik trachten dit vast te blijven houden zodra ik terug in België ben wat geen gemakkelijke opdracht zal zijn aangezien in België alles draait om presteren en gejaagdheid een dagelijks gegeven is.

Vandaag is het zondag. Ik vertrek volgende week donderdag dus de komende dagen zal ik nog zoveel mogelijk genieten van het prachtige land en zal ik gebruiken om afscheid te nemen van al de fantastische mensen die ik hier heb leren kennen.

Hoe dichter het einde nadert, hoe minder zin ik heb om terug naar België te gaan. Maar het moet. Ik ben benieuwd hoe mijn aanpassing zal verlopen en hoe het gaat zijn om mijn leven in België weer op te pikken. Het wordt alvast een drukke periode dus ik zal niet veel tijd hebben om er bij stil te blijven staan!

Zo, dit was het weer. Dit was mijn laatste blogbericht, trouwens. Bedankt aan al mijn trouwe (en minder trouwe) lezers om dit avontuur mee te volgen! De rest van mijn avonturen horen jullie wel van mij in “real life”.

Tot gauw!

PS: de foto’s post ik in de loop van volgende week

Advertenties

Het einde is in zicht…

Hallo iedereen!

Jaja, het einde is in zicht… Ik kan het amper geloven dat ik mij over drie weken weer op Belgische bodem bevind. Over twee weken eindigt mijn stageperiode. Ik kijk nu al zo op tegen het afscheid van de kinderen, vooral omdat de kinderen het ook heel moeilijk hebben met mijn naderend vertrek. Zelfs de huismoeders (“aunties”) lieten me weten dat ze me zullen missen en dat ze het zullen merken dat ik weg ben. Ergens ben ik wel een beetje bang om terug naar België te gaan. Ik vrees dat ik na vijf maanden in Afrika niet meer ga kunnen aarden in Europa. De mentaliteit, de natuur, de mensen, de cultuur, het klimaat,… Toen ik voor de eerste keer naar Ghana ging was ik op slag verliefd op Afrika, en in Kenia is de liefde nog maar eens bevestigd. Hier voel ik mij thuis. Ik besef natuurlijk dat Afrika niet alleen rozengeur en maneschijn is. Afrika heeft vele duistere kantjes. Ik kan als westerling leven in Afrika. Niet dat ik hier in luxe leef, maar in vergelijking met de lokale bevolking leef ik hier als koning ter rijk. Het grootste deel van de bevolking in Kenia leeft in armoede en weet niet of er ’s avonds geld zal zijn voor eten of niet. En net daarom heb ik zoveel bewondering voor deze mensen. Ondanks alles blijven ze positief. Altijd zijn ze goedgezind, staan ze voor elkaar klaar, zijn ze geïnteresseerd in elkaar,… Een groot verschil met de individualistische maatschappij waarin ik ben opgegroeid. Ik denk dat de omgekeerde cultuurshock veel groter zal zijn dan de cultuurshock die ik had toen ik Afrika aankwam. Eigenlijk heb ik nooit een grote cultuurshock gehad. Ik voelde me in Kenia meteen op mijn gemak. Natuurlijk mis ik mijn vriend, familie en vriendinnen wel, dus zij zijn de enige reden waarvoor ik terug wil komen ;-). En ik zal het zo gigantisch druk hebben (laatste semester hogeschool) dat ik weinig tijd zal hebben om stil te blijven staan bij mijn terugkomst. Ik probeer dus nog volop te genieten van de laatste weekjes en ik ben zo dankbaar voor het feit dat ik dit heb kunnen meemaken!

Wat betreft mijn gezondheid ging het wat minder de afgelopen weken. Ik mag zeker niet klagen. Gedurende deze vijf maanden ben ik geen enkele keer echt ziek geweest, zelfs geen malaria (wat toch heel bewonderenswaardig is voor mij). Maar ik ben ziekjes het jaar 2016 begonnen. Het begon allemaal met een oogontsteking. Ik had al een paar dagen pijn aan mijn oog, maar kon de oorzaak niet achterhalen. Op een ochtend werd ik wakker met een rood en gezwollen oog. Pijn pijn pijn! Ik ben meteen medicatie gaan halen en kreeg bij de apotheker oogdruppels. De volgende dag was de pijn nog erger en ging ik weer naar de apotheker. Deze keer kreeg ik een oogzalfje. Het was niet de oogbol zelf die ontstoken was, maar de binnenkant van mijn ooglid. Zodra ik de zalf begon te gebruiken, vormde er een soort pusbolletje aan de binnenkant van mijn oog (sorry voor de onsmakelijke details). Dit bolletje zorgde voor enorm veel druk, zelfs knipperen was pijnlijk. Na een paar dagen is het bolletje dan eindelijk opengesprongen (op oudejaarsavond om precies te zijn) en zodra al het vuil eruit was, kwam er een einde aan de pijn. De dag nadien kon je niks meer zien van de ontsteking en was de zwelling volledig verdwenen! Ik weet nog steeds niet wat de ontsteking heeft veroorzaakt, maar waarschijnlijk is er een vuiltje in mijn oog terecht gekomen of was het een verstopt traankliertje. De lucht is hier niet bepaald proper en er is veel zand, stof en rook. Ook het kraantjeswater is niet zo zuiver. Of het allemaal nog niet genoeg was, voelde ik me rond diezelfde periode ontzettend moe en futloos. Hoewel ik veel sliep, leek ik nooit uitgeslapen. Al mijn energie was verdwenen. Na een bezoekje aan de dokter bleek dat ik gedehydrateerd was en een vitamine b12- en zinktekort had. Ik eet geen vlees en weinig dierlijke producten, dus het tekort is niet zo verwonderlijk. In België zijn er genoeg vervangmiddelen voor handen, in Kenia niet. Bovendien is het eten hier niet echt gevarieerd. Ik kreeg een hele zak supplementen en pilletjes mee. Hoewel ik me nog steeds niet 100% voel, gaat het wel al veel beter. Tenslotte ben ik ook nog aangevallen door zandvlooien. Eigenlijk is het wel een beetje mijn eigen fout. Ik ben ’s nachts uitgegaan en heb lange tijd op het strand gezeten met een kort shortje. De dag nadien stonden mijn benen volledig onder de beten. Jeuken dat dat deed! Ik kon er gewoon niet afblijven, met als gevolg dat de beten openkwamen en begonnen te bloeden. De kans op infectie is groot, aangezien de vlooien eitjes leggen in de beten. Op zich kan dit geen kwaad, de eitjes verdwijnen vanzelf samen met de beet (weeral sorry voor de onsmakelijke details). Maar soms kan zo’n beet dus geïnfecteerd geraken, en laat alles hier nu net heel snel infecteren. Gelukkig is dit niet gebeurd en de beten zijn bijna volledig verdwenen.

Ondanks mijn penibele gezondheidstoestand, ben ik blijven stagelopen. Ik heb geen enkele dag gemist. Ik besef dat het einde nadert, dus ik wil van ieder moment met de kinderen genieten. Bovendien zorgde het werk ervoor dat ik de pijn wat vergat. Vorige week was de laatste vakantieweek van de kinderen, nu zijn ze allemaal weer op school. Ook de kleutertjes gaan nu naar school, overdag zijn enkel nog de baby’s in DCV. Het is dus een stuk rustiger, maar dat wil niet zeggen dat ik minder heb te doen. Het administratieve werk is tijdens de vakantie wat achterop geraakt en mijn stagementor en ik moeten dringend nog eens naar de Children’s Deparment om de mogelijke terugkeer van twee jongetjes te bespreken. Nu de kinderen terug naar school gaan, moet ik weer huiswerkbegeleiding geven. De oudste kinderen gaan pas over een paar weken terug naar de universiteit en hogeschool, dus ik probeer zoveel mogelijk tijd met hen door te brengen.

De kinderen hebben zeker nog kunnen genieten van hun laatste weekje vakantie. Twee van de kleutertjes werden vijf jaar oud en dat moest gevierd worden natuurlijk. Er was cake en frisdrank voor iedereen en er werd luid gezongen. In Kenia is het gebruikelijk om de jarige nat te maken met water (lees: een hele emmer water wordt over de jarige heen gegoten), maar dit hebben ze bij de kleuters toch niet gedaan. Een van de sponsors van DCV, een Engelsman, trakteerde al de kinderen en huismoeders op een lunch op Nieuwsjaardag. De kinderen genoten met volle teugen van de pizza, frietjes, kip en het zwembad natuurlijk. Ik kreeg een bord bonen voorgeschoteld (kwestie van krachten op te doen).

Ik ben met een van de oudere meisjes een dag naar Mombasa gegaan. Ze is net afgestudeerd als fashion designer aan de modeschool in Uganda. Aangezien ze nu haar diploma op zak heeft, moet ze DCV binnenkort verlaten. Ze wil een eigen kledingzaak beginnen, maar hiervoor heeft ze materiaal en naaimachines nodig. Ze moest ook enkele papieren in orde brengen voor haar internationale paspoort (ze zou graag in het buitenland werken). Zoals ik in mijn eerdere blogberichten al schreef, is de reis naar Mombasa een hele onderneming. Eerst met de piki piki (mototaxi) naar het centrum van het dorp en dan een matatu (zo’n busje voor 11 passagiers waar ze een stuk of 20 mensen in proppen) naar de ferry. Zeker de oversteek met de ferry is een heel gedoe. Honderden mensen, auto’s, vrachtwagens, motors, fietsen,… willen naar de overkant. Eerder ging ik al één keer te voet met de ferry naar Mombasa om mijn studentenvergunning te regelen. Dit was niet zo’n positieve ervaring. Ik had best veel geld op zak, en stond daar platgedrukt tussen andere mensen en dieren in de brandende zon. Zodra de ferry de overkant bereikt, begint iedereen te dringen om van de boot af te geraken. Je moet echt je best doen om niet vertrappeld te worden. Sinds die ene keer ben ik nog alleen met de auto naar Mombasa gereisd. Nu heb ik het echter weer aangedurfd om de ferry te nemen zonder een vervoersmiddel om in te schuilen. En deze keer ging het veel beter. Ik had bijna geen geld op zak dus veel konden ze niet stelen. Ik wist bovendien wat me te wachten stond. Ik had een zeer fijne dag in Mombasa. Ik heb nieuwe delen van de stad ontdekt en ik kon wat individuele tijd doorbrengen met het meisje. We hebben veel kunnen praten en ik heb haar beter leren kennen.

Ik vergezelde ook een van de middelbare scholieren naar de “saloon”. Voor ze terug naar school kon gaan, moesten haar haren worden bijgewerkt. Het is ongelofelijk hoeveel tijd en geld Afrikaanse vrouwen uitgeven aan hun haar. Bijna iedere week lopen ze rond met een ander kapsel. In de “saloon” was een klein meisje van een jaar of vijf. Ze was dol op mijn blonde haren. Een heel uur lang heeft ze mijn haar geborsteld. Al de borstels en kammen die er waren, heeft ze uitgeprobeerd. Ze smeerde ook wat crème in mijn haar. Deze crème mag dan zeer goed zijn voor kroeshaar, voor mijn haar was het niet zo geschikt. Nadien was mijn haar super vettig. Maar kom, mijn haar is zo ontzettend droog dat het geen kwaad kon om eens goed te worden ingesmeerd met een vettige substantie ;-).

Tenslotte bezocht ik op een van mijn stagevrije dagen een ander project, namelijk “Young Mothers Kenya” (YMK). YMK is een centrum voor tienermoeders en hun baby’s. Het was een zeer interessant bezoek. Ik kreeg veel uitleg van de “director” en werd rondgeleid. De meisjes leken blij om eens iemand van buitenaf te ontmoeten. Het centrum lig vrij afgelegen van de bewoonde wereld en de meisjes hebben weinig contact met de buitenwereld omwille van hun situatie. Vaak zijn ze het slachtoffer van incest en verkrachting. Een groot deel van deze meisjes is getraumatiseerd. De meisjes waren bovendien nog erg jong. Ze waren allemaal onder de 18 jaar, de jongste was nog maar net 13… In YMK krijgen de meisjes psychosociale begeleiding, worden ze voorbereid op het moederschap, krijgen ze hulp bij de verzorging van de baby en krijgen ze ondersteuning bij de rechtszaak (aangezien het vaak om verkrachting en incest gaat wordt er een rechtszaak aangespannen tegen de dader). Het belang van integratie is belangrijk. Aangezien tienermoeders hun studies meestal niet afmaken, krijgen de meisjes de mogelijkheid om tijdens hun verblijf in YMK een opleiding of vorming te volgen. Op het domein zelf zijn er een naaischool en een “beauty school”, maar er zijn ook enkele projecten buiten het domein van YMK. De talenten en interesses van de meisjes staan centraal. Terwijl de meisjes overdag een opleiding volgen, worden hun kindjes opgevangen in een “baby care centre”. Het is een positieve zaak dat er een centrum zoals YMK bestaat, aangezien tienermoeders vaak verstoten worden door de gemeenschap. Ze staan er meestal alleen voor en ontvangen geen sociale steun. Hierdoor komen ze in de armoede, en vaak ook in de prostitutie, terecht. Uit wanhoop bezoeken ze soms “toverdokters” die de baby trachten de aborteren maar hiervoor ingrepen uitvoeren die het leven van de moeder in gevaar brengen. YMK zorgt er voor dat deze meisjes, en hun kinderen, toch een toekomst kunnen uitbouwen.

Zo, dit was het voor deze week!

Tot het volgende blogbericht!

Merry Christmas and A Happy New year!

Hallo iedereen!

Ik wil dit blogbericht beginnen met de volgende boodschap: A Merry Christmas and a Happy New Year from Kenya!!! Ik hoop dat jullie deze feestdagen kunnen doorbrengen omringd door jullie geliefden. Ik wens iedereen het allerbeste voor 2016. Een nieuw jaar om je dromen te verwezenlijken en te doen wat je graag doet (en soms ook wat je minder graag doet). Na mijn reis naar Ghana en deze buitenlandse stage weet ik: alles is mogelijk, zolang je er maar naartoe werkt en er in gelooft! Ik besef natuurlijk maar al te goed dat niet iedereen het zich kan veroorloven om zomaar voor enkele maanden naar het verre buitenland te trekken. Ik ben iedereen die me in dit avontuur steunt zo ontzettend dankbaar. Mijn ouders die me vanaf het begin hebben gesteund en in me hebben geloofd. Mijn vriend die altijd voor me klaarstaat en zomaar eventjes voor drie weken naar Kenia is gereisd om mij te kunnen zien. Karla, Charlie, Ellen, Jen en Kelly – mijn beste vriendinnen – die ik gedurende al deze maanden dagelijks heb gesproken en die me de moed geven om verder te zetten. Pascale van Sunshine4Kids die deze stage mogelijk heeft gemaakt voor mij! En Piet en Mieke, mijn ouders in Kenia, die me beschouwen als hun eigen dochter en bij wie het ieder weekend weer thuiskomen is. En natuurlijk iedereen die trouw (of iets minder trouw) mijn blog leest en mijn avonturen volgt! Dank je! Asanta sana!

Het is alweer twee weken geleden dat ik een blogbericht schreef. Het is zo ontzettend druk (ik weet het, ik schrijf het iedere week, maar het is dan ook echt SUPER druk). Ik klop lange dagen op de stageplaats en na een werkdag ben ik meestal doodop. Het werk met de kinderen is fantastisch en super interessant, maar soms heb ik wel wat nood aan wat rust. En veel vrije momenten heb ik niet, want ook al het schoolwerk en de verslaggeving moet gebeuren.

Ik ben met een van de kleintjes naar het ziekenhuis geweest. Dit jongetje heeft het Russell Silver Syndroom. Dit is een vorm van dwerggroei waardoor hij zowel fysiek als mentaal trager ontwikkelt. Hij is 3,5 jaar oud, maar is kleiner en fijner dan onze 1,5 jarige baby. Toch heeft hij al grote vooruitgangen geboekt. Hij kan nu stappen en begint te praten. Een van zijn eerste woordjes is trouwens mijn naam! Het is wel niet zo verwonderlijk dat dit een van zijn eerste woordjes is aangezien de kinderen mijn naam de hele dag door roepen. Het jongetje zal dus net zoals zijn leeftijdsgenootjes opgroeien en ontwikkelen, maar op zijn eigen tempo en met heel wat stimulatie. Bovendien is hij een zeer pienter jongetje. Hij heeft alles gezien en is voortdurend de wereld om zich heen aan het observeren en ontdekken. Eén keer per maand moet hij naar het ziekenhuis voor een “check up” om na te gaan hoe hij het doet. Toen het jongetje in DCV aankwam was hij zeer mager en klein. Ze vreesden zelfs voor zijn leven. Nu maakt hij het heel goed, maar hij blijft kwetsbaar. Het ziekenhuis was een eindje rijden. In Diani Beach zelf zijn er enkel privéziekenhuizen die veel te duur zijn. De “clinics” waar de lokale bevolking in Diani Beach naartoe gaat, zijn niet gespecialiseerd in het jongetje zijn aandoening. Het ziekenhuis waar we met hem naartoe gingen, was gelegen in Msambweni, op een halfuurtje rijden van Diani Beach. Het was een “governemental hospital” (= overheidsziekenhuis). De omstandigheden waren er schrijnend. Het waren oude, vervallen gebouwen. Overal liepen er beestjes over de grond. Nergens was er professioneel materiaal te bespeuren. In de gangen zaten honderden mensen op de grond te wachten om een dokter te zien. Waarschijnlijk zaten ze daar al uren… Ook op de kinderafdeling zat op de grond een bende moeders met één of meerdere baby’s in de armen. Het kamertje waar het jongetje werd gemeten en gewogen was klein, donker en vuil. Het hing er vol spinnenwebben. Naast mij zat een vrouw te wachten met een baby. Ze was zeer mager, maar toch kon ze het kind de borst geven. Volgende keer als ik naar een ziekenhuis in België ga, zal ik wel even terugdenken aan dit Keniaanse ziekenhuis en beseffen hoeveel geluk ik heb. In België krijg je altijd medische hulp, zelfs wanneer je er geen geld voor hebt. Soms moet je in België ook lang wachten, maar dat kan wel al zittend op een comfortabele stoel en met enkele tijdschriften om te lezen. Hoewel ik al veel heb gezien hier en al vele maanden in Zwart-Afrika heb geleefd, word ik nog steeds geconfronteerd met de lage levensstandaard en de armoede. Met het jongetje was alles gelukkig oké. Hij is nogal altijd te mager, maar hij is toch al wat bijgekomen. Hij maakt duidelijk vorderingen. Hij krijgt nu speciale voeding met extra veel nutriënten en mineralen.

Een vader van twee broertjes is in DCV langsgekomen. De jongetjes werden enkele maanden geleden in DCV geplaatst. Faith en ik zijn er in geslaagd de vader op te sporen en te contacteren. We hebben een lang gesprek gehad over de thuissituatie, de kinderen en een mogelijke terugkeer naar huis. Het is een vrij complexe situatie waar ik omwille van de privacy niet te veel over kan schrijven. De moeder is overleden tijdens de bevalling van de jongste. De vader staat er sindsdien alleen voor. Er zijn nog drie oudere kinderen die bij de vader wonen. Binnenkort zullen ze het huis verlaten en kunnen de twee kleintjes misschien weer naar huis keren. Het gesprek verliep alvast zeer positief en de man was gemotiveerd.

Faith en ik moesten diezelfde week tevens een maatschappelijk onderzoek uitvoeren op vraag van de Children’s Department. Het betrokken kind was een baby’tje van nog geen twee maanden oud. Haar moeder heeft een mentale handicap en kan niet voor het kind zorgen. De vader is onbekend. De buurvrouwen hebben het baby’tje in huis gehaald, en vragen nu om hulp. De situatie was schrijnend. Het dorpje bestond uit enkele lemen hutjes in the middle of nowhere zonder elektriciteit of stromend water. De moeder liep verdwaasd rond en leek niet eens te beseffen dat ze een kind had. De andere kinderen van de vrouw zagen er ondervoed uit en waren nog nooit naar school geweest (de oudste was bijna 18!). De buurvrouwen en de grootouders weigerden het kind af te geven, dus het ziet er naar uit dat het een gedwongen uithuisplaatsing zal worden. Het is duidelijk dat dit gezin niet in staat is dit kind een veilige omgeving te bieden. Net zoals de andere kinderen zal ze nooit naar school gaan en al op jonge leeftijd moeten werken om geld in het laatje te brengen. Ik hield de baby gedurende het gesprek in mijn armen. Het was moeilijk om haar nadien weer af te geven zonder te weten wat er nu met haar zou gebeuren. In België zou zo’n kind binnen enkele dagen door de jeugdrechter uit huis worden geplaatst, maar in Kenia duurt dit allemaal veel langer. Of het gebeurt nooit… Ook de situatie waarin de moeder zich bevindt, is even slikken. In België zou ze al lang begeleiding hebben gekregen, maar dat is hier niet het geval. Ze wordt beschouwd als de “dorpsgek” en de andere dorpelingen lachen met haar. Ik vond de situatie alles behalve grappig. Bovendien maken de mannen gebruik van haar situatie, met als gevolg dat ze steeds opnieuw zwanger raakt terwijl ze helemaal niet voor de kinderen kan zorgen.

In het begin van deze week hebben we de stageplaats helemaal versierd met slingers, lichtjes en ballonnen. Het zag er zeer “kerst-ig” uit. De oudere kinderen zaten samen met de aunties om te bepalen wat er op het menu zou staan op kerstdag. Dat was een hele discussie! Iedereen had andere ideeën en zin in iets anders. Een van de supermarkten in Diani Beach zou gratis voor een kalkoen zorgen op kerstdag! Dat was natuurlijk super goed nieuws. Niet echt voor mij natuurlijk, ik eet toch geen vlees. Maar de kinderen waren dolblij! Er werd uiteindelijk besloten om bij de kalkoen verse frietjes, chapati’s (een soort pannenkoekjes) en “stew” (= een hutsepot van groenten) te eten. De dag nadien (bij ons “Tweede Kerstdag, hier “Boxing Day”) zou de overschot van de kalkoen worden gegeten met kokosnootrijst en als dessert ijs met fruit. Een heus feestmaal dus!

Hoe heb ik de feestdagen nu doorgebracht? Woensdag 23 december en donderdag 24 december bracht ik door bij Piet en Mieke. Piet en Mieke hebben bezoek van een Belgisch koppel dat hier blijft tot 4 januari. De man heeft samen met Piet in het Belgische leger gezeten. De vrouw is een sociaal verpleegkundige en weet dus veel af van het sociale werkveld. Het was fijn om eens met haar over het sociaal werkveld te praten en ervaringen uit te wisselen. Op donderdag ging ik samen met haar het kindertehuis “Kebene” bezoeken. Kebene staat voor Kenia-België-Nederland. De oprichters van het weeshuis zijn een Nederlandse vrouw en een Belgische man. Nadat ze elkaar in Kenia leerden kennen (ze deden toen vrijwilligerswerk in een weeshuis), besloten ze om samen een weeshuis op te richten. De vrouw was toen nog maar 24 jaar! Het is zelf mijn grote droom om ooit mijn eigen weeshuis op te richten en zij heeft dit zomaar kunnen verwezenlijken voor haar 25ste! Ik heb heel veel respect voor deze vrouw en haar inzettingsvermogen. Ondertussen bestaat Kebene 9 jaar en draait het goed. Kebene is op vele vlakken te vergelijken met DCV. Net zoals in DCV verblijven hier zowel wezen als kwetsbare kinderen die (tijdelijk) niet meer thuis kunnen wonen. De kinderen hebben alle leeftijden en blijven in Kebene tot ze oud genoeg zijn om op eigen benen te kunnen staan of keren terug naar hun familie. Zowel Kebene als DCV werden opgericht door externe personen (Nederlanders en Belgen) en worden niet gefinancierd door de overheid. Ze zijn dus volledig afhankelijk van donaties en sponsors. Net zoals in DCV viel het mij op hoe zelfstandig deze kindjes zijn in vergelijking met de kinderen in België. Tijdens ons bezoek was het net “nappy time” en de kleintjes lagen allemaal in bed. Er was helemaal geen toezicht en toch bleven ze allemaal braaf in bed liggen. De oudere kinderen hielden zichzelf bezig. Toch merkte ik ook enkele verschillen op met DCV. Zo zijn er veel meer kinderen in Kebene (een stuk of 40) en was het domein opgedeeld in verschillende hutjes. In ieder hutje sliepen een aantal kindjes met een eigen huismoeder. In DCV is er maar één groot huis. Alle kinderen slapen dus samen, er is één jongenskamer en één meisjeskamer. Vanaf 16 jaar verhuizen de kinderen in DCV naar een apart gebouw waar ze allemaal samenwonen en meer verantwoordelijkheden krijgen. Dit gebouw bevindt zich vlak achter het hoofdgebouw, dus de kinderen krijgen enige privacy maar blijven wel dichtbij. In Kebene bestaat er een soortgelijk systeem, al verhuizen de kinderen naar een plek buiten Kebene, een eindje verderop. Het is te vergelijken met de begeleidingsvorm “Begeleid Zelfstandig Wonen” in België. De kinderen krijgen hun eigen plekje en staan in voor hun eigen onderhoud, maar er is wel altijd een opvoeder aanwezig die kan helpen of bijsturen indien nodig. Ik voerde een interessant gesprek met de Nederlandse oprichtster van het weeshuis over hoe moeilijk de samenwerking met de Children’s Department soms verloopt, de problematieken en opvolging van de kinderen, de werking en missie van Kebene,… Het was fijn om eens een ander kindertehuis te bezoeken. Dit gaf me de kans om te zien hoe het in andere soortgelijke voorzieningen verloopt en het verruimd mijn kijk op het Keniaanse sociale werkveld. Ik hoop voor mijn vertrek nog andere voorzieningen te kunnen bezoeken.

Samen met Piet, Mieke en het andere Belgische koppel ging ik op kerstavond dineren in één van de resorts hier. Het was ontzettend lekker en gezellig! Een kerstdiner vlak naast het strand onder de palmbomen… Het voelde als Kerst, maar tegelijkertijd ook niet. Kerstdag, de 25ste, bracht ik door in DCV. In de voormiddag hielp ik mee met de voorbereidingen van de lunch en in de namiddag gingen we zwemmen. Een drukke Kerstdag dus! Op de tweede Kerstdag werd er weer uitgebreid gekookt en waren we in de namiddag met al de kinderen uitgenodigd in “Kokkos”, een brasserie die heerlijke patisserie en koffies verkoopt. De Afrikaanse Starbucks, zou je kunnen zeggen ;-). Al de kinderen kregen een “chocochino” (lees: een kindvriendelijke koffie zonder koffie met veel chocolade en slagroom) en een cupcake. Heerlijk vonden ze dat! Daarna zaten hun buikjes wel propvol. Honger hebben ze zeker niet geleden tijdens de feestdagen ;-).

Natuurlijk mis ik mijn familie en vrienden, zeker tijdens de feestdagen. Maar ik besef ook dat dit buitenlandse avontuur er bijna opzit dus ik probeer van iedere minuut te genieten! Hoe dichter het einde nadert, hoe minder zin ik heb om terug naar België te gaan. Het gaat sowieso een zeer grote aanpassing worden. Na vier maanden begin ik het leven hier echt gewoon te worden. Ik kan me niet voorstellen dat ik over een maand weer in het koude België zit. Geen opgewekte mensen met vrolijke kledij, geen koeien en geiten op straat, geen hete zon, geen wandelingen op het witte strand, geen lange nachten in de beach bars,… Vooral de kinderen in DCV ga ik missen. Over anderhalve week gaan ze weer naar school en zie ik ze minder vaak. En over vier weken moeten we “voorgoed” afscheid nemen. Er bestaat een kans dat ik nog terugkeer naar Kenia (een vrij grote kans, zeker nu Thomas ook verliefd geworden is op het land), maar wanneer dat zal zijn weet ik nog niet… Ik zou een hele lijst kunnen maken met dingen en personen die ik zal missen. Ik weet nu al dat ik nog maar een paar weken in België zal zijn, en dan weer zal willen terugkeren. Al zijn er natuurlijk wel een paar zaken die ik niet zal missen zoals de insecten in mijn kamer en in mijn eten (in de graanproducten zitten vaak beestjes waardoor je alles mag weggooien), mijn kledij die beschimmeld door de vochtigheid, de vervelende beach boys die me voortdurend lastigvallen, en euh… eigenlijk kan ik nergens anders opkomen! Ik ben besmet met het Afrika-virus en daar geraak ik nooit meer van af! Ik ben verliefd op de mensen, de cultuur, de mentaliteit,…

Tot volgend jaar!

Link foto’s: https://web.facebook.com/media/set/?set=a.10204665321689164.1073741833.1119345977&type=1&l=c8b6ecd900

Even een korte update

Hallo iedereen!

Deze week was een echte knutselweek in DCV. Zelf heb ik weinig talent voor knutselen. Ik heb wel een heleboel ideeën, maar die dan ook echt uitvoeren is een ander verhaal. Het was één van de aunties die met het idee kwam om slippers te maken van karton en tape. Ze heeft me laten zien hoe het moest en tot mijn grootste verbazing was ik er vrij snel mee weg. Toen was het aan mij, en moest ik alleen verder met de hele groep kinderen. Iedereen wilden mijn hulp en ik kwam handen tekort. Van het ene kindje liep ik naar het andere kindje. Uiteindelijk heeft toch iedereen een paar slippers gemaakt. De kinderen waren er dolgelukkig mee. Lang hebben de slippers niet geleefd (ze wilden de slippers absoluut dragen om op het domein mee rond te lopen), maar de kinderen hebben toch plezier beleefd, en dat is het voornaamste.

Tijdens het knutselen knipte één van de kinderen per ongeluk in mijn vinger. De wonde bleef maar bloeden en er was nergens een pleister of verband te vinden. Uiteindelijk heeft één van de aunties mijn vinger op Afrikaanse wijze ingebonden met een stuk linnen en vastgeknoopt. De rest van de dag liep ik dus rond met een grote, witte doek rond mijn vinger. De dag erna begon het weer te bloeden, dus de wonde was best diep. Eigenlijk zag het er erger uit dan het was. Ik voelde er zelf weinig van. Ondertussen is de wonde ook bijna volledig genezen. De Keniaanse zon doet wat met een mens. Bovendien had ik ook geen tijd om stil te staan bij de pijn, want ik moest gewoon verder werken.

Deze week hebben we ook kerstkaarten gemaakt met de oudste kinderen. Ieder jaar worden er kerstkaarten gemaakt door de kinderen die dan verkocht worden om geld in te zamelen voor het weeshuis. De kinderen stonden versteld van het tempo waarop ik knipte. Bij hun ging het veel trager en ze waren best onhandig met de schaar. Ik legde hen uit dat in België de kinderen reeds in de kleuterklas leren knippen. In Kenia is dit niet het geval. Het kleuteronderwijs is zo verschillend. In Kenia leren kleuters al rekenen en krijgen ze taallessen. Ze hebben al huiswerk en krijgen gewoon les zoals in de lagere school. In België wordt er ook wat aandacht besteed aan het tellen en schrijven, maar in veel mindere mate. De focus ligt vooral op het spelen. De Belgische kleutertjes kunnen beter omgaan met een schaar, de Keniaanse kleutertjes kunnen beter rekenen en schrijven. Het was fijn om wat tijd door te brengen met de oudste kinderen. De afgelopen maanden heb ik hen weinig gezien, aangezien ze op school waren en ze daar ook verblijven (internaat). Nu zijn ze in DCV voor de kerstvakantie. We hebben gezellig gebabbeld en veel gelachen.

De afgelopen maanden heb ik veel gehamerd op de beleefdheid van de kindjes. Het viel mij bij de start van mijn stage op dat de kleintjes zelden “dank u” of “alstublieft” zeiden. Iedere keer heb ik hen hier op gewezen en nu zeggen ze het allemaal uit zichzelf, met een grote glimlach op hun gezicht. Mijn missie is dus geslaagd. Ook het Engels van de kleintjes is erop vooruit gegaan, aangezien ik voortdurend Engels tegen hen praat. De lagere schoolkinderen spraken sowieso al vlot Engels, maar de jongere kinderen verstonden me vaak niet. Nu is dit wel het geval!

Ik voerde met enkele kinderen een interessant gesprek over het geven van fysieke straffen op school. De kinderen laten mij regelmatig weten dat ze op school er van langs hebben gekregen met de stok. Leerkrachten in Kenia halen nog regelmatig de stok boven, alhoewel het volgens de wet eigenlijk verboden is. Het wordt ook wel “caning” genoemd. De kinderen konden hun oren bijna niet geloven toen ik hen vertelde dat leerkrachten in België nooit fysiek geweld gebruiken. Ze kunnen ontslaan en zelfs vervolgd worden. Ik vroeg de kinderen voor welke redenen de leerkracht de stok bovenhaalt, en blijkbaar wordt de stok vooral gebruikt als een leerling zijn best niet doet. Wanneer je minder goed scoort of een slechte toets hebt gemaakt, wordt de stok bovengehaald. Zelfs wanneer je de eerste van de klas bent, maar het eventjes wat minder goed doet, kun je een pak rammel krijgen van de leerkracht. In iedere klas staat er zelfs een “operation table” (echt waar, dat is de naam die de kinderen er aan geven) waar de leerling op moet gaan liggen wanneer hij “stout” is geweest. Ik vroeg de kinderen wat ze er eigenlijk zelf van vonden. Ze lieten me weten dat het in sommige gevallen nodig is (bv. wanneer een leerling zich zeer slecht gedraagt), maar dat de stok te vaak wordt bovengehaald. We waren het er allemaal over eens dat een leerkracht zijn leerlingen beter motiveert met woorden in plaats van met de stok. In zo’n situaties – waarbij ik geconfronteerd wordt met de cultuurverschillen – kijk ik nooit minachtend naar de Keniaanse manier van handelen. Vele jaren geleden voerden leerkrachten in België ook nog fysieke straffen uit. In Kenia zijn ze er echt van overtuigd dat een goed pak slaag of een harde tik in het voordeel van het kind speelt en verandering teweeg brengt. Wie ben ik om de leerkrachten hiervoor te veroordelen? Het enige wat ik kan doen is hen laten inzien dat het ook anders kan.

Ik ben ook met Faith gaan samen zitten om de planning voor de komende weken te bespreken. Het zal een druk schema worden: gesprekken met ouders, geboortecertificaten in orde brengen, al de dossiers doornemen en eventueel aanvullen, verslagen schrijven,…

Deze week werd de kerstboom in DCV opgezet tot grote vreugde van de kinderen. Zelf heb ik ook een kerstboom opgezet en versierd samen met Mieke. Het is een echte Afrikaanse kerstboom, gemaakt van houtblokken. Het resultaat mag er best zijn! Morgen ga ik naar een kerstmarkt voor het goede doel (ik ben de naam vergeten van het goede doel, maar het had iets te maken met uilen 😉 ). Hopelijk zal ik niet te veel geld uitgeven… Natuurlijk kun je deze kerstmarkt niet vergelijken met de kerstmarkten in België. Er zal alvast geen glühwein en jenever zijn. Bovendien worden er vooral lokale spullen verkocht (juwelen, kleding, beeldjes, schilderijtjes,…) en geen kerstballen, slingers, dikke sjaals en handschoenen.

Wat kan ik nog kwijt over deze week? Enkele dagen geleden liep ik ’s avonds door mijn hutje – ik wilde nog een glas water gaan halen in de keuken – toen ik plots iets voorbij zag springen. Ik schrok me rot. Het was donker dus ik kon niet duidelijk zien wat het was. Snel knipte ik het licht aan om te ontdekken welk beest er deze keer in mijn hutje was binnengedrongen. Het bleek een pad te zijn. Ik heb geen flauw idee hoe hij is binnen geraakt. Ik heb hem kunnen vangen en buiten kunnen zetten. Moest ik geen glas water gaan halen zijn, zou ik hem nooit ontdekt hebben. Ik vraag me af hoeveel andere beesten er nog in mijn hutje schuilen…

Zo, dat was het voor deze week. Het blogbericht is wat korter dan anders, maar het is vaak moeilijk voor mij om nog tijd te vinden voor het schrijven van een blogbericht. Vooral omdat ik sinds de start van mijn stage wekelijks een nieuw bericht heb gepost. Ik overweeg om de komende weken niet iedere week, maar om de twee weken iets te posten.

Tot de volgende keer!

Link foto’s: https://web.facebook.com/media/set/?set=a.10204665321689164.1073741833.1119345977&type=1&l=c8b6ecd900

Stage terug begonnen

Hallo iedereen!

Het is vandaag exact drie maanden geleden dat mijn Keniaanse avontuur begon. Dat wil dus zeggen dat ik al over de helft zit. Over acht weken zit ik op het vliegtuig terug naar België. De tijd is voorbij gevolgen en tegelijkertijd ook weer niet. Het is moeilijk om uit te leggen, maar mijn tijdsbesef is hier helemaal door de war. Enerzijds lijkt het een eeuwigheid geleden dat ik op het vliegtuig naar Kenia stapte, anderzijds kan ik moeilijk geloven dat ik hier al drie maanden ben.

Ondertussen ben ik weer begonnen op mijn stageplaats. Ik ben er meteen weer ingerold, het is alsof ik nooit ben weggeweest. Hoewel ik heel erg heb genoten van mijn stagevrije weken – ik had echt wat nood aan ontspanning – ben ik blij weer op mijn stageplaats te staan. Ik heb de kinderen gemist, en zij mij ook. Het is wel terug even wennen aan de lange stagedagen. Op dit ogenblik is het grote vakantie, dus al de kinderen zijn in DCV aanwezig. Dat is druk en vermoeiend, maar ook interessant. Nu heb ik de mogelijkheid om met al de kinderen te werken. In september en oktober heb ik vooral veel tijd met de kleintjes doorgebracht, maar nu kan ik ook tijd doorbrengen met de oudere kinderen. Ik ben constant in de weer. De kinderen vragen voortdurend aandacht, allemaal op hun eigen manier. Baby’s verschonen en in hun bedje leggen, peutertjes troosten en knuffelen, lagere schoolkinderen bezighouden en al hun vragen beantwoorden (kinderen van deze leeftijd zijn gespecialiseerd in het stellen van vragen en hun nieuwsgierigheid is ongelooflijk groot), gesprekken voeren met de oudere kinderen,… En dat terwijl ik nog al mijn andere taken moet uitvoeren. Stilzitten komt er dus zeker niet bij kijken. Er hangt ook een andere sfeer in DCV nu de oudere kinderen in huis zijn. Tijdens de schoolperiode verblijven zij op de campus of in een internaat, maar nu zijn ook zij dag en nacht in DCV. Pubers in huis, dus. Zij vragen ook aandacht, maar op een andere manier naar de jongere kinderen. Ze vragen om een andere benadering. Toch zijn deze tieners helemaal niet te vergelijken met de tieners in de Bijzondere Jeugdzorg. Het respect voor ouderen is hier zeer duidelijk merkbaar, de kinderen spreken zelden tegen, helpen mee in het huishouden, doen wat van hen gevraagd wordt,… Klinkt waarschijnlijk als muziek in de oren voor menig ouder en begeleider. De kinderen krijgen echter zeer weinig psychosociale begeleiding. Hier worden er geen individuele begeleidingsgesprekken gevoerd en de kinderen gaan niet naar de therapeut of psycholoog. Aangezien het voorzien in de basisbehoeften in Kenia al niet vanzelfsprekend is, is psychosociale begeleiding een bijzaak. In een land waar een groot deel van de bevolking geen toegang heeft tot zuiver drinkwater of geen educatie heeft genoten, lijkt het voeren van diepgaande gesprekken over gevoelens en het verleden een nutteloze zaak. Toch merk ik dat de kinderen hier nood aan hebben. Vaak hebben ze al heel wat meegemaakt in het leven en dragen ze verdriet met zich mee. Ik probeer dan ook zoveel mogelijk tijd vrij te maken voor een babbel. Het is voor hen niet gemakkelijk om over hun gevoelens en gedachten te spreken, maar het gaat steeds beter. Zeker nu ze mij beter kennen. Eén van de meisjes heb ik voorgesteld om een dagboek bij te houden. Soms lukt het beter om op papier woorden te geven aan je gevoelens. Ik heb haar laten weten dat ze zelf bepaalt wat ze wel en niet met mij wil bespreken.

De werkdagen zijn niet alleen vermoeiend omwille van het grote aantal kinderen, maar ook omwille van de temperatuur. De zomer is hier begonnen en de temperatuur gaat hier sowieso naar omhoog vanaf december. Nu is het blijkbaar warmer dan normaal en zelfs de Kenianen klagen er over. Mij hoor je alvast niet klagen! Maar tijdens de middag is het vaak te warm om iets te doen en liggen de meeste kinderen te slapen.

Faith (mijn stagementor en sociaal werkster van het weeshuis) was deze week niet in DCV, zij begint vanaf morgen weer te werken. Dus dat wil zeggen dat vanaf volgende week het sociaal werk er nog bijkomt. Er zijn enkele dossiers die staan te wachten. Over vier jongetjes die in DCV verblijven sinds het weeshuis waar ze voorheen verbleven de deuren moest sluiten, is er zeer weinig achtergrondinformatie geweten. Het is nu onze taak om uit te zoeken hoe de situatie in elkaar zit en eventueel familieleden op te sporen en te spreken. Bovendien moeten we ook nagaan of een terugkeer naar huis mogelijk is.

De kinderen waren alvast blij om mij terug te zien. Van de kleinste tot de grootste, allemaal kennen ze mij en allemaal willen ze mijn aandacht. De mooiste feedback kreeg ik deze week van één van de aunties. Zij liet me weten: “You are now part of the team, you’re an auntie”. Dus ik word niet beschouwd als een vrijwilliger of een student die wat komt helpen (waar zeker helemaal niets mis mee is, de vrijwilligers verrichten prachtig werk!), maar mijn kennis als opvoeder-begeleider wordt opgemerkt. Ik ben een deel van het team, en zo voelt het voor mij ook. Ik weet wat van me verwacht wordt en ik krijg steeds meer verantwoordelijkheden.

Aangezien het vakantie is, is er meer tijd voor activiteiten. Tot nu toe is dit nog niet echt het geval geweest, aangezien overdag enkel de peuters aanwezig waren en er ’s avonds te weinig tijd was. Samen met de “hoofdhuismoeder” ben ik gaan samenzitten om mogelijke activiteiten te bespreken en hebben we een lijstje opgesteld met de benodigdheden. Samen met de chauffeur van DCV ben ik het knutselgerief gaan kopen.

Deze week hebben we al wat geknutseld met plastic flessen, bonen, rijst en wc-rolletjes. We hebben muziekinstrumenten en een telefoon gemaakt. Opvallend: in België hebben tienjarige kinderen vaak al een eigen smartphone (of weten ze alleszins hoe ze de smartphone van hun ouders moeten bedienen), en hier zijn de kinderen dolblij met een telefoon gemaakt van wc-rolletjes en een stuk touw… De kinderen vonden de knutselactiviteit alvast geslaagd, al verliep het wel vrij hectisch. Nadien was de hele ruimte bezaaid met bonen, rijst en kapotte ballonnen. Volgende week wordt de kerstboom opgezet (ja hoor, ook in DCV komt een kerstboom) en is het tijd om kerstdecoratie te maken om de boom mee te versieren. Ieder jaar maken de kinderen ook kerstkaarten die dan verkocht worden om geld in te zamelen voor het weeshuis. Zelf ben ik niet zo’n knutselexpert, dus we zien wel hoe dat loopt :-).

Kerst is hier dus ook duidelijk aanwezig. In de supermarkten hangt kerstversiering en overal zijn er kerstspullen te koop. Toch is dit vooral voor de blanken bedoeld, denk ik, want buiten de supermarkt heb ik nog maar weinig kerstversiering gezien. Bij Piet en Mieke zijn we ook begonnen met het decoreren. Wel een raar gevoel, hoor, een kerstboom versieren terwijl het 30 graden is en de zon volop schijnt.

Mijn kerstmirakel is alvast gebeurd. Eerder schreef ik al eens over een jongetje (een jaar of twee/drie) dat in DCV verblijft en dat een moeilijke start heeft gemaakt. Toen hij in DCV toekwam (enkele weken voor ik aan mijn stage begon) was hij zeer mager. Hij was stil en teruggetrokken. Bovendien lijdt hij aan een vorm van dwerggroei waardoor zijn ontwikkeling trager verloopt. Hij zag er altijd ongelukkig uit. Op enkele weken tijd is hij helemaal open gebloeid. Hij begon steeds meer te lachen en in interactie te treden met de andere kinderen. Hij veranderde in een compleet andere jongen. En nu komt het kerstmirakel: sinds een paar dagen kan hij lopen! Het heeft even geduurd, maar ook hij ontwikkelt op zijn eigen tempo. Hij loopt nu iedere dag rond over de compound en is constant samen met de andere kinderen. Ik wordt helemaal warm vanbinnen wanneer ik hem al lachend achter de andere kinderen aan zie waggelen. Deze week hebben we hem ook meegenomen naar het zwembad, maar dat was toch nog net iets te vroeg. Hij was bang van het water en viel uiteindelijk in slaap.

Over zwemmen gesproken, in de vakantie gaan de kinderen twee keer zwemmen. Die extra zwemdag gebeurt zonder de kleintjes. Bovendien gaan de kinderen niet met het busje, maar te voet naar het zwembad. Dit is best een lange wandeling. Dertig minuten stappen in de brandende zon, gepakt en gezakt met zwemspullen en twee kinderen aan iedere hand. Vermoeiend! Toch is de heenreis vlot verlopen en zelfs de jongere kinderen hebben goed gestapt. Na het zwemmen was iedereen echter stik kapot en heb ik een tuktuk betaald om de kinderen terug naar DCV te brengen. Allemaal zaten ze opeen gepropt in het kleine “busje” op drie wielen.

Deze week heb ik me tevens beziggehouden met het geitenproject. In DCV worden er enkele geiten gehouden. Soms wordt er eentje geslacht tijdens speciale gelegenheden, maar de geiten worden vooral gebruikt om te fokken en te verkopen. Het project wordt gesteund door Belgen en zij hadden geld gegeven om de stal te vernieuwen. De dierenarts kwam ook langs om de geiten te ontwormen en na te gaan of er zwangere beestjes bij waren. Daar stond ik dan, in het midden van de hoge struiken en planten geiten te ontwormen samen met enkelen van de kinderen. De geiten worden iedere morgen uit de stal gehaald en naar het stukje grond naast DCV gebracht waar ze kunnen grazen. Dit gebeurt normaal gezien door de tuinier, maar deze werkt in het weekend niet. In het weekend zijn het de kinderen die de geiten uit de stal moeten halen. Ik moet daar dus bij helpen. De kinderen kregen het touw niet los, en kwamen mij erbij halen. Het touw zat echter helemaal onder de geitenpis, dus mijn handen nadien ook… En aangezien er nergens zeep te bespeuren was, heb ik mijn handen gewassen met waspoeder. De kinderen roken de rest van de dag naar geit. De geitenlucht zit nog in mijn neus. Dit is toch enkel mogelijk tijdens een stage in Afrika ;-).

Dit is bovendien niet het enige moment geweest waarop ik bij mezelf dacht “dit maak je alleen mee tijdens een stage in Afrika”. Tijdens het zwemmen vroeg ik aan een van de medewerkers van het zwembad om een vrucht van de baobab (een grote boom die hier overal te vinden is) te plukken. Thomas wil namelijk proberen de boom in België te planten en daarvoor heeft hij de zaden nodig (hilariteit alom bij de Kenianen toen ze hoorde wat ik van plan was met de zaden). De binnenkant van de vrucht wordt gebruikt om snoepjes van te maken. De kinderen waren lekker aan het smullen van het vruchtvlees, toen er plots een grote baviaan naar onze tafel kwam gelopen om de vrucht te stelen (wat hem gelukt is ook). Al de kinderen stoven uiteen en sprongen in het water. “Baboon! Baboon! Baboon!”. Nadien hebben we hier super hard om gelachen.

Tijdens mijn vrije dagen probeer ik een strandwandeling te maken. Toen Thomas hier was heb ik veel strandwandelingen gemaakt en dat was steeds ontspannend. Ik heb mezelf toen voorgenomen om dit te blijven doen, ook na Thomas’ vertrek. Tussen het schoolwerk door trek ik dus naar het strand om even tot rust te komen. Tot nu toe is het mij gelukt om dit vol te houden. Twee à drie keer per week maar ik een stevige strandwandeling om even helemaal uit te waaien. Spijtig dat de “beach boys” mij voortdurend lastigvallen. Toen Thomas erbij was, wilde ze voornamelijk van alles verkopen, nu willen ze niets verkopen, maar willen ze met mij trouwen of mijn bodyguard zijn. Ik wimpel ze allemaal vriendelijk een voor een af.

Vorige week (ik was toen nog niet terug begonnen met mijn stage) leerde ik twee jongens kennen uit Engeland en Ierland. Ze werkten eigenlijk in Azië, maar voor hun terugkeer naar huis kwamen ze enkele weken naar Kenia om er vrijwilligerswerk te doen. Hun laatste week brachten ze door in Diani Beach. Ik heb de rest van de week met hen doorgebracht, samen met nog een paar andere jongeren die op dezelfde plaats verbleven als de jongens. Het was fijn om eens wat tijd door te brengen met mensen van dezelfde leeftijd. Hoewel ik veel mensen om me heen heb, mis ik soms toch het gezelschap van leeftijdsgenoten. Spijtig genoeg blijven de meeste jongeren hier voor een kortere periode, net zoals deze groep. Deze week zijn ze allemaal weer vertrokken. Maar ik heb toch genoten van die paar dagen. Twee keer hebben we tot diep in de nacht doorgebracht in een beach bar en in het midden van de nacht zijn we gaan zwemmen in de oceaan, onder de sterrenhemel. Op dat ogenblik dat ik daar in het warme water ronddreef en naar de sterren keek, dacht ik bij mezelf: “Hoe ga ik ooit weer kunnen aarden in België?” Nadien was wat minder fijn. Met natte kleren moest ik op de pikipiki (motorfiets) terug naar huis. Gelukkig heb ik er geen verkoudheid aan overgehouden.

Je kunt het lezen: het zijn weer drukke dagen geweest en het zal nog alleen maar drukker worden, denk ik. Vandaag (zondag) ga ik wat voor school werken, een strandwandeling maken en een mangosap drinken in een beach bar vergezeld van een goed boek. Ik heb mezelf voorgenomen om meer tijd voor mezelf te nemen. De boog moet niet altijd gespannen staan.

Tot de volgende!

Link foto’s: https://web.facebook.com/media/set/?set=a.10204665321689164.1073741833.1119345977&type=1&l=c8b6ecd900 (de kwaliteit van de foto’s is wat minder, aangezien mijn camera het heeft begeven en ik nu foto’s moet maken met mijn gsm)

 

Drie weken genieten in het prachtige Kenia

Hallo iedereen!

Dit blogbericht heeft wat langer op zich laten wachten, maar dat komt doordat ik de afgelopen weken geen stage heb gelopen. Op 1 november is mijn vriend in Kenia aangekomen, en sindsdien heb ik vooral gerelaxt en genoten van dit prachtige land. De laptop heeft dus niet vaak aangestaan. Ondertussen is Thomas al weer enkele dagen terug in België. Volgende week ga ik weer terug naar DCV en begint mijn tweede deel van de stageperiode. Ik heb nog acht interessante stageweken voor de boeg voor dit avontuur ten einde loopt. Deze week geniet ik nog van de laatste stagevrije week, al heb ik wel wat voor school gewerkt aangezien ik tijdens de maand november nog niet veel (lees: niks) voor school heb gedaan.

David, mijn stagebegeleider, vroeg of ik het niet vreemd vond dat mijn vriend nu in Kenia was. In sommige gevallen is de komst van familieleden of vrienden niet zo’n positieve ervaring voor de studenten. Het buitenlands avontuur is hun verhaal, en dan plots maken anderen daar ook deel van uit. Dat gevoel had ik helemaal niet. Integendeel, ik was net blij dat ik drie weken met mijn vriend kon doorbrengen. Ik miste hem na twee maanden enorm en bovendien kreeg ik nu de kans om hem te laten zien waar ik al acht weken werk en woon. Nadat ik terug in België was na mijn trip naar Ghana, heb ik veel verteld over mijn avonturen en belevenissen. Toch kon ik mijn familie en vrienden nooit helemaal duidelijk maken hoe het was en wat de reis met me heeft gedaan, aangezien ze er nooit zijn bij geweest. Ze hebben het niet met hun eigen ogen gezien. Nu heeft Thomas Afrika wel zelf meegemaakt, heeft hij de mensen ontmoet waarmee ik samenwerk en heeft hij gezien waar ik stage loop. Hij zal zich nu een veel beter beeld kunnen vormen van al de verhalen die ik vertel tijdens het Skypen. Namen hebben gezichten gekregen, situaties zijn herkenbaar en plaatsen kan hij zich nu voorstellen.

Zoals ik eerder al schreef: ik heb de afgelopen weken vooral genoten. Ik had wel wat nood aan rust na twee maanden dag in dag uit stage lopen. Thomas en ik hebben veel strandwandelingen gemaakt, gezwommen, lekker gegeten en gedronken. De cocktails hebben rijkelijk gevloeid ;-). We hebben enkele fijne eetplekjes leren kennen, maar “The Cave” staat toch bovenaan het lijstje. Dit restaurant werd uitgeroepen tot één van de mooiste restaurants ter wereld, en zodra je het restaurant binnenstapt, begrijp je ook waarom. Nog nooit eerder at ik in zo’n adembenemende setting. Het restaurant is gelegen in een rots. Je eet dus als het ware tussen de rotsblokken, omringd door kandelaars. Het plafond is open, waardoor je de sterrenhemel kunt bewonderen. Bovendien was het eten ook super lekker. Voor iedereen die toevallig in Kenia is: zeker een aanrader ;-).

In totaal bleef mijn vriend voor drie weken in Kenia. De eerste dagen heb ik hem de buurt leren kennen en heb ik hem geleerd hoe hij zich het beste kan gedragen in Kenia. Thomas was nog nooit eerder in Afrika geweest, en uit ervaring weet ik dat het best een overrompeling kan zijn. Iedereen spreekt je aan op straat of wilt iets aan je verkopen, het is ontzettend heet en de zon kan branden, niemand heeft haast (al vond Thomas dit niet zo’n probleem), het verkeer kan een ramp zijn, … Ze zeggen hier vaak: “Africa, you either hate it or love it. There is no in between.” En dat kan ik alleen maar bevestigen. Na enkele dagen was Thomas al gewend aan het Afrikaanse leventje en na drie weken wilde hij helemaal nog niet weg ;-).

Aan het einde van de eerste week deden we een safari. Dit was een fantastische ervaring. Ik heb altijd al een keer op safari willen gaan, en nu is die droom eindelijk werkelijkheid geworden. We gingen vier dagen op safari en bezochten drie verschillende parken (Tsavo, Amboseli en Taita Hills). Dit gaf ons de kans om kennis te maken met verschillende landschappen en soorten natuur, en we konden op deze manier meer dieren spotten. En dat is toch waar het om gaat, tijdens zo’n safari. Het is onbeschrijfelijk hoe het voelt om in zo’n park rond te rijden, volledig omgeven door de prachtige natuur en met wilde dieren om je heen. Een bezoekje aan de dierentuin zal nooit meer hetzelfde zijn. Bovendien was de man die ons begeleidde een ontzettend toffe man. We waren vier dagen alleen op weg met hem, geen andere toeristen, dus ik voelde me een echte V.I.P. We hebben zo goed als al de dieren gezien, behalve de neushoorn. Die zijn blijkbaar heel moeilijk te spotten en de meeste neushoorns verblijven in beschermde reservaten omdat er nog steeds op hen gejaagd wordt. Olifanten, giraffen, verschillende soorten antilopen, struisvogels, leeuwen, vogels, nijlpaarden, … We hebben ze allemaal gezien, de ene al van op een grotere afstand dan de andere. Sommige in grote getalen, andere waren alleen. We hebben zelfs een luipaard gezien, wat blijkbaar heel uitzonderlijk is. Luipaarden verstoppen zich en laten zich niet graag tonen aan de buitenwereld. We hebben wel wat moeite moeten doen om het luipaard te zien. We waren al bijna terug in ons verblijf toen onze begeleider te horen kreeg dat er ergens een luipaard zat. Om er zeker van te zijn dat we hem nog zouden zien, zijn we tegen een rotvaart door het safaripark gereden. Gelukkig dat ik hem als chauffeur vertrouwde, want ik voelde me net op de Dakar Rally Raid , met de wind in de haren (letterlijk: de bus had een open dak). We overnachtten in “tenten”. Ik zet tenten tussen aanhalingstekens aangezien het eerder kleine huisjes waren. Het waren echte luxetenten met alles er op en er aan. Er waren zelfs een douche (met warm water!) en een toilet aanwezig in de tent. Dus helemaal niet te vergelijken met de tenten van de Decathlon waar ik vroeger nog veel in heb geslapen tijdens de zomervakantie. Drie keer per dag was er een buffet om van te eten. Na twee maanden te hebben geleefd op havermout, brood en de lunch in DCV was dit hemel op aarde. De eerste nacht hebben we vlak naast de olifanten geslapen. Toen ik ’s morgens naar buiten ging, zag ik meteen een hele groep olifanten op enkele meters afstand. De tweede nacht hadden we vanuit onze tent een zicht op de Kilimanjaro, en de derde nacht sliepen we in een hutje op een heuvel met een uitzicht van 360° over het hele park. Onbeschrijfelijk! Het is een ervaring om nooit meer te vergeten. Zeker als grote dierenvriend. Ik kijk ontzettend graag naar programma’s over wilde dieren op Discovery Channel, en nu heb ik het allemaal in het echt kunnen zien. Op enkele meters afstand heb ik olifanten en leeuwen gespot. De foto’s van de safari (lees: een selectie van de foto’s) heb ik vorige week reeds op Facebook geplaatst.

Tijdens de tweede week hebben we een bezoek gebracht aan Mombassa, de tweede grootste stad van Kenia. Eerder ben ik al een paar keer in de stad geweest (onder andere om mijn studentenvergunning te regelen), maar ik heb de stad nooit echt bezocht. Mombassa ligt op een 35-tal km van Diani Beach en is van daaruit enkel bereikbaar met een ferry. Het grootste deel van het stad is namelijk gelegen op een schiereiland. Zoals jullie reeds konden lezen in één van mijn voorgaande blogberichten, is het nemen van deze ferry een hele belevenis op zich. Iedere dag ondernemen honderden mensen de oversteek. Vaak ontstaan er lange files en het kan er vrij hectisch aan toe gaan. De ferryboten zijn niet heel groot en zijn aan vernieuwing toe. Iedereen kan mee op de boot: mensen, fietsen, auto’s, vrachtwagens, bussen en zelfs dieren. Ik heb eenmaal de ferry te voet genomen, maar dat is toch niet voor herhaling vatbaar. Ik stond daar als enige blanke tussen een massa zwarte mensen in de brandende zon. Blijkbaar is het ook niet zo veilig op de ferry en wordt er vaak gestolen. Nu ga ik nog alleen maar met de auto op de ferry.

Net zoals Kenia een land is van tegenstellingen, is ook Mombassa een stad van tegenstellingen. Het contrast tussen arm en rijk, het contrast tussen het oude en het nieuwe stadsgedeelte, de mix van culturen,… Vooral het oude stadsgedeelte, of “The Old Town”, is een bezoekje waard. In dit stadsgedeelte is de lange koloniale geschiedenis van Kenia duidelijk zichtbaar. Verschillende bouwstijlen wisselen elkaar af. In één straat tref je huizen aan in zowel Indische als Arabische, Britse en Portugese stijl. Iedereen heeft er zijn stempel gedrukt. In het oude stadsgedeelte wonen ook veel Indiërs. Ze wonen samen met de Kenianen in dezelfde huizen en houden samen winkels open. Soms had ik zelfs het gevoel door India te lopen. De belangrijkste bezienswaardigheid in Mombassa is Fort Jesus. Dit fort werd in 1593 gebouwd door de Portugezen en diende als bescherming tegen de Ottomanen die het gebied wouden veroveren, en als slavenhuis. De slaven werden in het fort ondergebracht tot ze werden verscheept naar het westen. We bezochten tevens een groenten- en kruidenmarkt. Dit was werkelijk een explosie aan kleuren, geuren en geluiden.

Na het bezoek aan het drukke Mombassa brachten we de namiddag door in Haller Park, een dierenpark gelegen in een buitenwijk van de stad. Een oase van rust in de drukke stad. Het was zeer aangenaam om door het park rond te kuieren en de plantengroei te bestuderen (nu ja, vooral Thomas vond dit fijn om te doen). De dieren waren echter een teleurstelling na onze vierdaagse safari. We hebben wel de kans gekregen twee nijlpaarden van dichtbij te zien, wat ons niet gelukt wat tijdens de safari. Toen zagen we enkel nijlpaarden van veraf. We hebben ook een REUZEschildpad ontmoet die met ons op de foto wilde (zie facebook) ;-).

Ik ben die week ook tweemaal langs geweest bij DCV. Ik wilde mijn vriend laten zien waar ik stage loop. Maar natuurlijk miste ik de kinderen ook en wilde ik ze graag nog eens zien. Hoewel ik op “vakantie” was en geen stage liep, bleef mijn stageplaats de hele tijd in mijn achterhoofd spelen. De kinderen waren super blij om mij terug te zien. Ik wist niet zo goed hoe ze zouden reageren, maar hun reactie was ontzettend positief. Ze riepen mijn naam en ik kreeg van iedereen een knuffel. Zelfs de aunties waren blij om mij terug te zien. Eigenlijk was ik niet van plan om te werken, maar ik heb me toch niet kunnen inhouden en heb mijn handen uit de mouwen gestoken. Het was net alsof ik weer stage liep. Mijn vriend is ook verliefd geworden op de kinderen. We zijn in totaal drie keer in DCV geweest (twee keer gaan zwemmen), telkens voor een paar uurtjes, en Thomas had het nu al moeilijk om afscheid van de kinderen te nemen. Ik mag er niet aan denken hoe moeilijk het zal zijn om afscheid te nemen van de kinderen over enkele weken… Het zal niet gemakkelijk zijn voor mij, maar ook niet voor de kinderen. Ze vroegen me nu al voortdurend wanneer ik zou terugkomen, en of ik er zeker en vast zal bij zijn tijdens het kerstfeestje in december.

Tijdens de derde en laatste week zijn we gaan snorkelen. Ook dit was weer een ongelofelijk fijne ervaring. Eerst moesten we met een klein, gammel bootje naar een grotere boot varen. Op de boot kregen we uitleg over de snorkeluitrusting en hebben we enkele dolfijnen gespot. Eerst was ik een beetje bang dat ik er niet zou in slagen om door mijn mond te ademen (ik ben een fervent door-de-neus-ademer) en ik had geen zin om een grote slok zout zeewater naar binnen te krijgen. Uiteindelijk ging het allemaal heel vlot en ik was er al snel aan gewend. We snorkelden in een baai waar het water niet zo diep was. De bodem was bijna altijd zichtbaar, en ik snorkelde tussen het koraal. Ik heb verschillende soorten vissen gezien. Ik ben zelfs door een school vissen gezwommen! Het was alsof ik me in een vissenparadijs bevond. Ik voelde me een beetje de Kleine Zeemeermin (zeker met mijn zwemvliezen) ;-). Weer een ervaring om nooit meer te vergeten!

Na drie weken “vakantie” ben ik weer helemaal opgeladen en heb ik genoeg energie om aan het tweede deel van mijn stage te beginnen. Ik zit op dit ogenblik net in het midden van mijn avontuur. Ik zal wel weer even moeten aanpassen aan het “alleen-zijn”. Na drie weken iedere dag te hebben doorgebracht met Thomas, sta ik er nu weer alleen voor. Tot voor zijn komst kon ik bovendien geen link leggen tussen Kenia en Thomas, nu is dit wel het geval. Er zijn veel zaken hier die me aan hem zullen doen denken. Maar vanaf volgende week zal ik het hoogstwaarschijnlijk weer veel te druk hebben om daar te veel over na te denken. Een voordeel van het feit dat ik de afgelopen weken veel nieuwe plekjes heb leren kennen met Thomas is dat de stap nu minder groot zal zijn om er ook alleen naartoe te gaan.

Ik ga het proberen anders aan te pakken tijdens de komende tien weken. De eerste maand hier waren er drie andere vrijwilligers met wie ik geregeld afsprak. Ik was dus nooit echt “alleen”. Dit is echter weggevallen na hun vertrek. Maar omdat ik het zo druk had met mijn stage en het schoolwerk, heb ik er niet echt bij stilgestaan. Maar sinds Thomas hier is geweest merk ik toch dat ik nood heb aan wat contact met leeftijdsgenoten. Begrijp me niet verkeerd, ik heb hier al heel wat ontzettend fijne mensen leren kennen en bepaalde mensen hebben al heel veel voor mij betekent tijdens deze trip, maar soms is het ook fijn om te kunnen optrekken met mensen van je eigen leeftijd. Mensen die om dezelfde reden in Kenia zijn. Aangezien er in de maand oktober geen andere vrijwilligers of studenten waren was de stap moeilijker om iets te ondernemen. Deze week ben ik op een avond dan toch op mijn eentje naar een beach bar getrokken. Ik raakte al snel aan de praat met de manager van de bar en ik leerde twee jonge gasten kennen van Ierland en Engeland. Het klikte meten. Volgende week vertrekken ze weer, maar tot die tijd heb ik toch wat mensen om mee op te trekken. Indien ik er in de toekomst vaker op mijn eentje op uittrek (hoe moeilijk het ook is om die stap te zetten, want hoe sociaal ik ook ben, ook ik stap niet graag alleen een bar binnen), zal ik misschien nog meer mensen leren kennen. Ik zal zien in welke mate dit te combineren valt met mijn stage. Het grootste deel van de mensen hier zijn op pensioen of zijn hier op vakantie. Zij hebben zeeën van tijd die ik niet heb ;-).

Vanaf volgende week stort ik me weer op mijn stage. Er zijn nog een heleboel dingen die ik wil doen en bereiken voor mijn vertrek. Ik heb dus een planning opgesteld om een beter beeld te krijgen van wat ik nog kan doen tijdens de komende acht stageweken. De feestdagen komen er aan, dus ik zal zeker meehelpen bij de voorbereidingen van het kerstfeestje in DCV. Ik vierde al eerder een keer kerst in Afrika, en het is toch een vreemde ervaring. Normaal gezien associeer ik de kerstperiode met koude en vaak grijze dagen (soms ook met sneeuw), en nu zal het meer dan dertig graden zijn. Ook Nieuwjaar zal ik in Kenia vieren. Ik zal dus twee uur vroeger dan jullie het nieuwe jaar instappen.

De kinderen in DCV hebben me al duidelijk laten merken dat ze mij missen, dus het wordt tijd dat ik weer terug ga! Een ding staat vast: ik kom zeker nog eens terug naar Kenia, zeker nu Thomas ook verliefd is geworden op het land. Al wil ik ook zeker nog eens terug naar Ghana, en zou ik nog andere delen van de wereld willen zien. Still so much to do and to see…

Tot de volgende! xxx

 

De vakantie kan beginnen!

Hallo iedereen!

Mijn laatste stageweek van de eerste periode zit er op. De komende maand zal ik geen stage lopen maar met mijn vriend rondtrekken en het prachtige Kenia verkennen. In december begint mijn tweede deel van de stage.

Morgen moet ik Thomas gaan ophalen van de luchthaven in Mombassa (midden in de nacht…). Spannend! Ik kijk er naar uit om hem na twee maanden eindelijk terug te zien. En ik kan niet wachten om hem te laten zien waar ik heel die tijd verbleven heb, en vooral waar ik stage loop. Ik vertel wel veel over mijn avonturen hier, maar het is toch anders wanneer je het ook allemaal met je eigen ogen kunt zien.

Het was deze week de “Week van de insecten en beestjes” (niet echt natuurlijk). De afgelopen dagen ben ik meerdere malen in contact gekomen met beestjes. Toen ik mijn wasmand wou leegmaken, bewoog er ineens iets en zag ik plots iets voorbij flitsen (iets donkers). Ik schrok me een bult. Ik dacht meteen aan een grote vogelspin natuurlijk… Voorzichtig en met een bonzend hart haalde ik de laatste kledingstukken uit de mand en schudde er voorzichtig mee. Het bleek geen vogelspin te zijn (en ook geen tarantula), maar een gekko. Een salamander-achtig beestje. Je vindt ze hier overal. Gelukkig was het dat maar! Ik heb hem uit de wasmand verjaagd en hij is via de muur naar boven gekropen. Sindsdien heb ik hem niet meer gezien. Zo’n gekko is helemaal niet gevaarlijk of giftig, maar ze maken wel gaatjes in je kledij en bevuilen ze met vieze vlekken (die er niet meer uit gaan). Ook een hele kolonie mieren heeft me een bezoekje gebracht deze week. Ik was op de laptop bezig en ging water halen, toen ik ineens een hele rij mieren over mijn aanrecht zag lopen (je weet, mieren lopen in één rechte lijn achter elkaar, zonder afwijken). Ik heb de stroom gevolgd. Deze begon aan mijn voordeur, zo langs de omlijsting heen naar beneden, over de grond, terug naar omhoog via de keukenkast, over het aanrecht, terug naar omhoog via de muur, helemaal tot bovenin het plafond. Geen flauw idee waar ze vandaan kwamen, en geen flauw idee waar ze naartoe gingen. Misschien moesten ze achter mijn hutje zijn, en hadden ze geen zin om langs mijn hut te gaan, dus besloten ze om maar recht door mijn hut te gaan. Ik kon ze moeilijk vriendelijk verzoeken mijn hut te verlaten, en heb mijn “Doom-spray” moeten bovenhalen (zo heet het echt). Een insectenverdelger, de beste is zijn soort. Dat beweert de fabrikant van de spray toch, met zijn veelbelovende opschrift: “Nothing kills faster and keeps killing for longer”. Met pijn in het hart heb ik de mieren met de spuitbus besproeid. De mieren waren alleszins op slag dood, en als ik de fabrikant mag geloven, zouden ze nu dus ook dood moeten blijven. De volgende ochtend wilde ik havermout eten, tref ik een hoop beestjes aan in de doos met havermout. De beestjes hadden allemaal kleine gaatjes gemaakt in de doos en de plastic zakjes, en hadden zich te goed gedaan aan mijn havermout. Ik gooi niet graag eten weg, maar ik eet ook niet graag havermout met een heleboel kleine, zwarte beestjes en larfjes in. Het is een kwestie van keuzes maken, en ik heb de eerste optie gekozen. Ik zal zo snel mogelijk plastic dozen kopen om mijn eten in op te bergen. Op mijn stageplaats hebben de insecten zich ook van hun beste kant laten zien. Toen Faith en ik ’s ochtends het kantoor binnengingen, krioelde de hele plek van de mieren. Niet zomaar mieren, maar dikke bosmieren. Ze zaten overal: op de muren, op de grond, in de kasten,… Weeral heb ik de “Doom-spray” moeten bovenhalen… Lang leve het beestige Afrika! En lang leve de “Doom-spray”!

Genoeg over beestjes nu. Op mijn stageplaats krijg ik steeds meer verantwoordelijkheden, en ik word nu ook steeds meer betrokken bij het bestuur van DCV (sponsorverwerving, meehelpen de projecten in goede banen te leiden, deelnemen aan de besprekingen,…). Bovendien breng ik regelmatig de boodschappen tussen het bestuur (vooral blanken) en de medewerkers van DCV (Kenianen) over. De communicatie verloopt niet altijd gemakkelijk omdat de bestuursleden niet iedere dag aanwezig zijn in DCV. Ik werk iedere dag samen met de huismoeders en ik zie regelmatig de bestuursleden, dus ik ben nu de tussenpersoon en ben als het ware de oren en de ogen van DCV ;-). In het begin wist Faith ook niet zo goed wat ze wel en niet met mij kon/mocht delen. Ik ben de eerste stagiaire in DCV en vrijwilligers mogen de dossiers niet inkijken en mogen ook geen administratieve zaken doen. In het begin hield Faith dus de boot nog een beetje af. Maar ondertussen betrekt ze mij overal bij en houdt me van alles op de hoogte. Ze wil mij altijd bij alle contacten met de ouders of andere mensen uit het netwerk van de kinderen betrekken, ze vraagt of ik eens met de kinderen wil praten als ze er zelf niet in slaagt om contact met ze te leggen, ze wil in december samen met mij elk dossier grondig doornemen en aanvullen (en geloof me, er zijn veel dossiers), ze laat mij documenten invullen en brieven schrijven voor de Children’s Department,… Kortom, ik word beschouwd als een voltallig teamlid en krijg de kans om mijn steentje bij te dragen. De mooiste feedback die ik van Faith kreeg tijdens mijn tussentijdse evaluatie was: “You are not the only one learning, I also learn from you.” Altijd fijn om te horen, natuurlijk!

Ik heb op acht weken tijd zoveel bijgeleerd over mezelf als gespecialiseerd opvoeder-begeleider, maar ook als persoon. Het is niet altijd gemakkelijk geweest, maar moeilijk gaat ook. In het begin hield ik me ook te veel vast aan de competenties die worden opgelegd door de hogeschool. Ze speelden constant door mijn achterhoofd en ik dacht regelmatig “oei, hoe ga ik die competenties ooit allemaal bereiken?” Na enkele weken heb ik de competenties kunnen loslaten en heb ik beseft dat niet alle competenties letterlijk vertaald kunnen worden naar een buitenlandse stage. Soms moeten ze anders ingevuld of geïnterpreteerd worden. Bovendien ontwikkel je ook een heleboel andere competenties die eigen zijn aan een buitenlandse stage: omgaan met een andere cultuur en werkwijze, communicatie mogelijk maken ondanks de taalbarrière, werken met weinig materiaal en zonder theoretische omkadering, jezelf uitdagen en evalueren, stage lopen met weinig begeleiding,…

Hoe zag mijn week er nu uit? (Na enkele reacties heb ik besloten gewoon verder te schrijven zoals voorheen en dus iedere week uit te schrijven)

Maandag heb ik doorgebracht bij Piet en Mieke en heb ik eindelijk nog eens aan het zwembad gelegen en van de zon genoten. Dit is nog niet zo vaak gebeurd, dus heel bruin ben ik nog niet. Ik ben hier om te werken, en niet om lekker te luieren in de zon. De komende weken zal ik dat echter wel doen!

Dinsdag ben ik met de kleintjes naar de “hospital” geweest. Stel je daar niet te veel bij voor. Het ziekenhuis bleek een kleine, donkere ruimte te zijn waar zo goed als geen materiaal aanwezig was. Het materiaal dat er stond, was oud en leek niet echt bruikbaar meer. De weegschaal werkte gelukkig wel. Al de kindjes werden gewogen en de medische fiche werd aangevuld. Al de kindjes zijn kerngezond! Het was wel wat beangstigend voor de kleintjes, een vreemde omgeving met mensen die ze niet kennen. Ze bleven dicht bij mij staan, wat toch betekent dat ze zich veilig voelen bij mij :-).

Iedere middag help ik de huismoeders bij de voorbereidingen van de lunch, en deze keer heb ik alles alleen gedaan. Nadien heb ik zelfs complimenten ontvangen van de medewerkers! Wat stond er op het menu? Mchicha met ugali. Mchicha is een soort bladgroen (het lijkt op spinazie). Ik heb deze groente klaargemaakt met tomatensaus en worteltjes. Ugali is een soort van maispuree. Het wordt hier veel gegeten, net zoveel als rijst. Echt veel smaak heeft het niet vind ik, maar het is snel klaar te maken en het vult de maag. De huismoeders willen me zaadjes van de mchichaplant meegegeven zodat ik deze thuis kan planten. Ze willen absoluut dat ik eenmaal in België de Keniaanse keuken introduceer aan mijn familie en vrienden. Het is wel fijn om te zien hoe trots ze zijn op hun cultuur en hoe graag ze willen dat ik hun cultuur deel in België.

Woensdag heb ik mijn laatste verslag van het eerste deel van mijn stageperiode geschreven. Nu al het schoolwerk af is, is het echt tijd om te genieten. Ik heb in de loop van november wel nog een skypemeeting met mijn stagebegeleider in België. Dus helemaal school-vrij zal het niet zijn.

Donderdag heb ik met Faith tijd doorgebracht in de “office” en hebben we enkele dossiers besproken. Faith vertelt me graag en veel over de kinderen en hun achtergrond. Ik had ook een interessant gesprek over het schoolsysteem in Kenia. In Kenia moeten de kinderen om de drie maanden schoolgeld betalen. Indien de ouders het geld niet kunnen betalen, worden de kinderen van school gestuurd. Hierdoor kunnen veel kinderen in Kenia niet naar school of moeten ze noodgedwongen vroeger stoppen. Bovendien is het schoolgeld afhankelijk van de “kwaliteit” van de school. Elke school in Kenia wordt beoordeeld en staat op een ranglijst. Hoe beter de school, hoe hoger het schoolgeld. Het gevolg: kinderen uit arme gezinnen, moeten naar een “minder goede” school gaan waar minder materiaal voor handen is en de leerkrachten een minder goede opleiding hebben genoten. Het loon van de leerkrachten hangt bovendien ook af van school tot school.

Ik moest naar de dokter met een jongetje dat niet in DCV verblijft, maar wel via DCV gesponsord wordt (zo wordt bijvoorbeeld zijn schoolgeld betaald en de medische kosten vergoed). Het kereltje liep al bijna een week rond met een blaasontsteking. Ik weet hoe pijnlijk een blaasontsteking kan zijn, dus ik had wel te doen met hem.

In de namiddag kwamen er “visitors” langs uit Hongarije die ik heb rondgeleid en meer informatie heb gegeven over DCV.

Het jongetje waar ik in mijn vorige blogbericht wat meer over schreef (het jongetje met gedragsproblemen waar ik zo moeilijk hoogte van kon krijgen, maar die steeds meer toenadering begon te zoeken), kwam naar me toe om me te laten weten dat zijn tandje los stond. Ik vond het wel fijn dat hij dat aan mij kwam vertellen, en niet aan een van de huismoeders. Het contact verloopt dus steeds beter. Nadat het tandje was getrokken, kwam hij naar me toe voor troost. Het is niet alleen in dit geval dat hij toenadering zoekt. Regelmatig komt hij naar me toe om me iets te vragen of te laten zien.

Vrijdag moest ik weer naar de dokter, deze keer met een jongen die in DCV verblijft. Tijdens het voetballen had hij een verkeerde beweging gemaakt en zijn knie was helemaal gezwollen. Opvallend hoe sterk de kinderen hier zijn. Geen kik gaf de jongen en hij liet geen traan. Hij wilde na het doktersbezoek trouwens terug naar school!

Ik ben ook samen met Ali, de chauffeur, geiten gaan ophalen. In DCV willen we namelijk enkele geiten houden. De melk kunnen we dan verkopen. Het was nogal een bedoeling! Eerst moesten we de geiten zoeken op het terrein, en eenmaal gevonden moesten we ze proberen te vangen. Dat was geen gemakkelijke klus! Uiteindelijk zijn we er toch in geslaagd drie geiten te pakken te krijgen. Met drie geiten in het busje moesten we terug naar DCV rijden. Natuurlijk begonnen de beestjes zichzelf te ontlasten in de bus, wat toch een vrij onaangename geur verspreidde… Ach, het hoort bij een stage in Afrika.

Ook op vrijdag heb ik een groep “visitors” verwelkomd, deze keer kwamen ze uit Nederland. Het toeristenseizoen is begonnen en hierdoor zijn er meer bezoekers in DCV. Deze mensen hebben vaak een heleboel donaties mee voor de kinderen (kledij, schoenen, eten, speelgoed) dus het is altijd een heus festijn.

Zaterdag trof ik het jongetje waarmee ik de dag tevoren naar de dokter was geweest aan met een gezwollen gezicht. Zijn ogen zaten bijna volledig toegeplakt. Blijkbaar had hij die nacht een allergische reactie gedaan op de pijnstillers die de dokter had voorgeschreven voor zijn knie. Midden in de nacht is de chauffeur met de jongen naar de spoedafdeling van het ziekenhuis gereden waar hij de nodige injecties en medicatie toegediend kreeg. Ik ben blij dat de medewerkers van DCV zo snel hebben gehandeld, want het had ook veel minder goed kunnen aflopen… De jongen had al ademhalingsproblemen… Ik heb zoveel mogelijk tijd doorgebracht met de jongen en hem op zijn gemak gesteld. Deze jongen gedraagt zich normaal gezien altijd heel volwassen voor zijn leeftijd (hij is twaalf), maar ik merkte dat hij nu toch nood had aan wat troost en liefkozing, en die heb ik hem dan ook gegeven.

In de namiddag heb ik Faith computerles gegeven. Ze wil meer en meer gebruik maken van de computer (op dit ogenblik worden al de documenten in de dossiers met de hand geschreven en in mappen bijgehouden). Ik heb haar een USB stick cadeau gedaan zodat ze een back up kan maken van de belangrijke documenten. Natuurlijk had ze geen flauw idee hoe zo’n USB werkt, dus ik heb het haar uitgelegd. Ik hoop dat tegen de tijd dat ik vertrek ze zelfstandig met de computer kan werken.

Ook vandaag waren er weer “visitors”, uit Zweden deze keer. Ik voel me soms een gids ;-).

Nadien ben ik met de kinderen gaan zwemmen en heb ik afscheid van ze genomen. De oudere kinderen wisten al dat ik in november niet zou komen werken, en dat vonden ze wel spijtig. Maar ik heb hen beloofd dat ik zeker langskom en dat ik eens mee zal komen zwemmen. Zolang ik maar weer terug ben voor kerst en Nieuw, dat vinden ze blijkbaar heeeeel belangrijk! De aunties lieten me alvast weten dat ze me zullen missen en dat ze het zullen merken dat ik er niet meer ben :-).

Zo, dit was het dan weer voor deze week! De komende weken zal ik vooral veel genieten, tot rust komen en tijd doorbrengen met Thomas. Op de planning staan sowieso: een vierdaagse safari (ik ga de Kilimanjaro zien!), een snorkeltrip, een bezoek aan Mombassa, veel lekker eten en drinken en een bezoek aan een apenreservaat, een krokodillenpark en een giraffenpark!

Tot de volgende!

xxx

Link naar de foto’s: https://web.facebook.com/media/set/?set=a.10204665321689164.1073741833.1119345977&type=1&l=c8b6ecd900

“Els, do you come tomorrow?”

Hallo iedereen!

Dit blogbericht wil ik met het volgende zinnetje starten: “Els, do you come tomorrow”? Dat is de vraag die de kinderen me iedere avond stellen wanneer ik vertrek. Toch best wel een teken dat ik in goede aarde val bij de kinderen ;-). Bovendien zijn ze altijd blij mij te zien. Ik kan het gevoel niet omschrijven dat ik heb wanneer de groep kinderen ’s morgens naar de poort komt gelopen met een grote glimlach op hun gezichtjes, mijn naam roepend. Ik zet me iedere dag weer volop in om het welzijn van de kinderen te verzekeren en bied hen een luisterend oor, maar ik denk niet dat de kinderen beseffen hoeveel zij voor mij eigenlijk betekenen. Zij zijn de reden dat ik iedere dag weer vol goede moed naar mijn stageplaats vertrek, zelfs op de moeilijke momenten of wanneer het wat minder gaat.

Ik krijg steeds heel veel positieve reacties op mijn blog, en mensen laten me weten dat ze uitkijken naar het volgende blogbericht. Bedankt hiervoor, trouwens. Tot nu toe heb ik iedere keer in mijn blogberichten mijn hele weekplanning uitgeschreven en jullie meegedeeld hoe iedere dag van de week eruit zag. Ik vroeg me nu af of dit wel interessant blijft, zeker na twee maanden. Zouden jullie het fijner vinden dat ik vanaf nu 1 bepaald thema of 1 bepaalde gebeurtenis bespreek of blijf ik de blogbericht schrijven zoals ik dat nu doe? Laat het mij maar weten! In dit blogbericht zal ik alvast nog eens mijn hele week uit de doeken doen :-).

Het weekend heb ik doorgebracht bij Piet en Mieke. Ik heb hier volop van genoten. Samen met Mieke heb ik een strandwandeling gemaakt en zijn we iets gaan drinken in een beach bar. Na een drukke stageweek was dit het geschikte moment om even tot rust te komen. Het is wel opvallend hoeveel ik ga genieten van de kleinste dingen, slechts na twee maanden Afrika: een boterham met Nutella, een stukje Côte D’Or chocolade, een warme douche,… Vooral dat laatste was toch een van de hoogtepunten van de week. In mijn hutje heb ik alleen (ijs)koud water, en het water komt in één dikke straal uit de douchekop. Bij Piet en Mieke heb ik een warme douche kunnen nemen, ik kreeg er zelfs kippenvel van!

Dinsdag waren al de kinderen in DCV aangezien het een feestdag was en ze niet naar school moesten. Het was dus een drukke bedoeling. Op 20 oktober, “Mashujaa Day” (= “heroes day”) wordt de onafhankelijkheid van Kenia gevierd. In 1964 werd Kenia onafhankelijk verklaard na een jarenlange strijd tegen het Britse bewind. Voorheen werd de feestdag “Kenyatta Day” genoemd (vernoemd naar de eerste president van Kenia), maar men heeft de naam veranderd zodat al de mensen die hebben gestreden voor de onafhankelijkheid van Kenia geëerd worden. Ik heb samen met de kinderen gekookt en een themagesprek gedaan. Tijdens dit themagesprek hebben we het onder meer gehad over vriendschap en vertrouwen. Zo’n themagesprek doen is geen gemakkelijke opdracht, aangezien de kinderen allemaal door elkaar roepen en vooral de jongste kinderen het moeilijk vinden om hun aandacht bij het gesprek te houden. In de Bijzondere Jeugdzorg was het ook niet altijd gemakkelijk om een themagesprek te doen. De jongeren gaven weinig inbreng en waren niet echt enthousiast (“komen die lastige begeleiders daar weer aanzetten met hun saaie gesprekken”). Daarom werden deze gesprekken ook zo kort mogelijk gehouden. In het begin was Faith, mijn stagementor, er nog bij om de kinderen tot de orde te roepen, maar zij moest halverwege het gesprek weg. Toen moest ik het gesprek alleen verder zetten. Het was een vrij chaotische bedoeling, dus ik heb me vooral gericht tot de oudere kinderen uit de groep. Ik nam het de kleintjes niet kwalijk dat ze liever speelden. Eigenlijk zijn ze nog te jong voor zo’n gesprek.

In de namiddag zijn we gaan zwemmen. Normaal gezien is deze activiteit voorbehouden voor zaterdag, maar kom, het was een feestdag. In het zwembad werden de kinderen zelfs getrakteerd op frisdrank waar ze volop van genoten hebben.

Vrijdag had ik mijn tussentijdse evaluatie. Dit betekent dus ook dat ik halverwege mijn stageperiode zit. Het lijkt alsof ik nog maar net begonnen ben. Ik kan me nog zo goed mijn eerste dag in DCV herinneren. Het was nog allemaal wat onwennig en ik moest nog wat aftasten (wat verwachten ze van mij? welke taken moet en mag ik hier doen? zullen de huismoeders mij opnemen in het team?…). Ondertussen maak ik deel uit het van het team, heb ik een sterke band met de kinderen en ben ik constant in de weer. Op zeven weken tijd heb ik dus best wel wat bereikt. De tussentijdse evaluatie was bovendien zeer positief. Nu kan ik met een gerust hart genieten van mijn maandje ‘vrij af’ en aan het tweede deel van mijn stage beginnen. Toch was de tussentijdse evaluatie geen gemakkelijke opdracht. Faith begreep niet al de competenties en ze kon niet alle competenties vertalen naar mijn handelen op de werkvloer. Ik heb dus zoveel mogelijk uitgelegd aan de hand van concrete voorbeelden op de werkvloer.

Normaal gezien doe ik altijd samen met Faith de huiswerkbegeleiding, maar aangezien zij er niet was, moest ik het alleen doen. Het huiswerk maken verloopt vaak moeilijk. De kinderen zijn nog jong (4-5 jaar), eigenlijk nog te jong om huiswerk te maken. In België gaan kinderen van die leeftijd nog naar de kleuterklas, maar in Kenia krijgen de kinderen op die leeftijd al echt les (vooral wiskunde en taal). Eigenlijk zijn deze kinderen hier nog niet echt klaar voor. Ze hebben al de hele dag op school gezeten, en dan is het huiswerk maken er echt een beetje te veel aan. Het is voor hen zeer moeilijk om geconcentreerd te blijven. Toch is het me goed gelukt om het huiswerk maken tot een goed einde te brengen. Ik moest in totaal vier kindjes begeleiden, en ben er in geslaagd om al het huiswerk af te krijgen. Ik heb er wel bewust voor gekozen om niet met al de kinderen tegelijkertijd huiswerk te maken. Normaal gezien gebeurt dit wel, maar eigenlijk zijn dit geen optimale omstandigheden om huiswerk te maken. Ze zitten dan allemaal rond hetzelfde veel te kleine tafeltje waar te weinig plaats is voor al hun boeken en schriften. Ze zijn meestal meer met elkaars huiswerk bezig dan met hun eigen huiswerk. Eerst heb ik het huiswerk gemaakt met twee meisjes die het minst problemen ervaren bij het huiswerk, en nadien heb ik de twee andere kinderen elk apart genomen. Dit jongetje en meisje hebben het meestal wat moeilijker en hebben nood aan meer begeleiding. Door ze apart te nemen kreeg ik de kans om ze meer begeleiding te geven en beter in te spelen op hun individuele behoeften.

Aangezien de kinderen moeite ervaren bij de schoolse vaardigheden, leek het me een goed idee om hier iets aan te doen. Extra oefeningen maken of bijles geven leek me geen optie, aangezien het huiswerk maken al een hele opgave is. Ik moest het dus op een andere manier aanpakken. Ik heb er toen voor gekozen om het te proberen met speltherapie. Hierbij leren de kinderen op spelender wijze bij en wordt er via spel gewerkt aan het verbeteren van hun schoolse vaardigheden. Ik heb de kinderen voorgesteld om “schooltje” te spelen. Twee van de kinderen waren de leerkracht, en de twee andere kinderen en ik waren de leerlingen. De kinderen gingen helemaal op in het spel en waren super enthousiast. Zonder het te beseffen waren ze volop aan hun oefenen en maakten ze wiskunde- en taaloefeningen. Tijdens het spelen kreeg ik tevens de kans om de kinderen te observeren. Kinderen van die leeftijd kunnen de zaken nog moeilijk onder woorden brengen, dus via spelobservatie kon ik het gedrag van de kinderen bestuderen. Kinderen van die leeftijd bevinden zich volgens Piaget (1896-1980), een Zwitsers psycholoog die gespecialiseerd was in de cognitieve ontwikkeling van kinderen, in het preoperationele stadium, wat inhoudt dat hun vermogen om te redeneren groeit wat een mijlpaal is in hun ontwikkeling. Ze kunnen zich steeds beter verplaatsen in anderen. Doen alsof, tekeningen maken en uitgestelde imitatie maken een belangrijk deel uit van hun ontwikkeling. Maar kom, ik ga jullie niet langer opzadelen met de theorie. Dat is iets voor in mijn verslagen en blijft voorbehouden voor mijn stagebegeleider- en mentor ;-).

Zaterdag zijn we weer gaan zwemmen, wat steeds weer een hele belevenis is. Het zwembad stelt eigenlijk niet zo veel voor (geen glijbanen, golven, springplanken, of wat dan ook), en toch kunnen de kinderen zich blijven amuseren in het water. Dat is trouwens in DCV zelf ook. Met weinig speelgoed kunnen de kinderen zichzelf uren bezighouden. Een groot verschil met de kinderen in België…

In DCV komen er regelmatig mensen langs die het kindertehuis eens willen komen bezoeken. Dit weekend was er een groep Duitsers op bezoek. Ik heb ze voor de eerste keer helemaal alleen rondgeleid en heb hen uitleg gegeven over de werking, de geschiedenis en de missie van DCV. Het was leuk dat ik de verantwoordelijkheid kreeg om de bezoekers rond te leiden en dat ik als het ware “the spokesperson” van het tehuis mocht zijn.

In het weekend komen er ook regelmatig ouders op bezoek. Sommige kinderen zijn volledig wees, maar sommige kinderen hebben wel nog een of twee ouders. Toch kunnen zij niet thuis gaan wonen omdat de situatie onveilig is of omdat de ouders geen optimaal leefklimaat kunnen bieden. Wanneer de ouders dan op bezoek komen, is dit best moeilijk voor de kinderen. De band is meestal niet zo sterk en de kinderen voelen zich onwennig. Ze zien hun ouders zelden, en dan ineens staan ze daar. Eigenlijk kennen de ouders en de kinderen elkaar niet echt…

Ik wil dit blogbericht afsluiten met positief nieuws. De band met al de kinderen is sterk, maar er is een jongetje (5 jaar) waar ik moeilijk contact mee kan leggen. Ik vermoed dat hij aan een vorm van autisme leidt en hij vertoont gedragsproblemen. Ik kan moeilijk hoogte van hem krijgen of tot hem doordringen. Ook de huismoeders ervaren moeilijkheden met hem. De laatste twee weken heb ik veel met hem opgetrokken en heb toenadering gezocht. Sinds een paar dagen komt hij zelf naar me, zoekt fysiek contact (knuffels geven, met mijn haar spelen, zijn hoofd op mijn arm leggen,…), hij vraagt voortdurend aandacht en komt me zelfs helpen wanneer ik met de huishoudelijke taken bezig ben. Op een paar dagen tijd heb ik dus een grote vooruitgang geboekt in mijn contact met hem. Doordat de relatie nu beter is, luistert hij ook veel beter. De begeleiding gaat vaak in kleine stapjes, maar het is altijd belangrijk om het tempo van de cliënt te volgen. Het zijn die kleine sprongen vooruit die ik maak, waar ik me aan optrek.

Nu nog een weekje stage, en dan is Thomas hier eindelijk! Nu kan ik echt beginnen aftellen. Ik kijk er al naar uit om een maandje te relaxen en even niet aan de stage of het schoolwerk te moeten denken. Hoe graag ik het werk ook doe, soms is het goed om even afstand te kunnen nemen. Mentaal en fysiek is het niet altijd gemakkelijk (de kinderen vragen voortdurend aandacht, het zijn vaak zware dossiers en problematieken,…). Ze zeggen wel eens “cliënten kunnen je echt leegzuigen”, en dat is ook zo. Jij bent als begeleider het aanspreekpunt en de vertrouwenspersoon van de cliënten. Je wordt dus iedere dag geconfronteerd met de problemen en de miserie van een ander. Iedere dag opnieuw tracht ik het beste in de kinderen naar boven te halen, luister ik met toewijding en aandacht naar hun verhalen en probeer ik hen vooruit te helpen waar mogelijk, maar dat vraagt veel energie. Dus een paar weekjes rust zullen me goed doen!

Tot volgende week!

Els

Link foto’s: https://www.facebook.com/media/set/?set=a.10204665321689164.1073741833.1119345977&type=1&l=c8b6ecd900

Jambo!

Hallo iedereen! Jambo!

Ik heb weer een drukke weer achter de rug (zoals iedere andere week). Ik kan bijna niet geloven dat de maand oktober halfweg is. Iedere zaterdag ga ik met de kinderen van mijn stageplaats zwemmen. Het is een activiteit die zich iedere week herhaald en de laatste stagedag van de week afrond. En iedere week weer lijkt het alsof het nog maar gisteren was dat ik naast het zwembad zat. Hoewel ik mijn vriend toch wel heel erg beginnen te missen (eigenlijk mis ik hem wel al even), en ik de dagen tot zijn komst begin af te tellen (hij komt de ochtend van 2 november toe in Mombassa), vliegt de tijd voorbij. De weken lijken sneller voorbij te gaan dan in Ghana, waarschijnlijk omdat ik hier gewoon meer om handen heb. Naast de lange werkdagen in DCV heb ik ook heel wat schoolwerk. Ik ben dus iedere dag druk in de weer. Zelfs op mijn “vrije” dagen. Nog twee stageweken en dan las ik een pauze in. Gedurende de maand november loop ik geen stage en ga ik vakantie nemen. De maand november ga ik gebruiken om Kenia te verkennen en rond te trekken. Mijn vriend zal hier voor drie weken zijn en op de to do list staan al zeker een safari en een snorkeltrip. Aan het einde van de maand oktober zit ik reeds in de helft van mijn stageperiode. Ik moet in totaal 16 weken stage lopen, en de laatste week van oktober is mijn 8e stageweek. Ik heb wel al heel wat overuren geklopt, dus ik zal in de maand december wat moeten afremmen :-).

Vorige week zondag was ik uitgenodigd bij Piet en Mieke, een Belgisch koppel (Piet is een gepensioneerd ex-militair) dat zich in Kenia heeft gevestigd. Ze zijn eigenlijk een beetje mijn Keniaanse “surrogaat-ouders”. Ze staan altijd voor me klaar en ik mag altijd bij hen langskomen in hun prachtige huis. Mieke had die zondag heerlijk voor ons (Pascale van Sunshine4Kids was er ook bij) gekookt. Speciaal voor mij had ze haar vegetarische kookkunsten bovengehaald en een groentelasagne op tafel getoverd. Bovendien had ze opgevangen dat ik graag chocolade eet, en ze heeft mij een grote reep heerlijke Côte D’or chocolade gegeven! Ik heb met volle teugen genoten van mijn reep. We zijn na het eten naar een geitenrace geweest. Jaja, je leest het goed. Een loopwedstrijd voor geiten. Voor het goede doel, weliswaar. Je kan het een beetje vergelijken met een Afrikaanse versie van een paardenrace, inclusief de hoeden. De mensen konden geld bieden en prijzen winnen. Iedereen was opgekleed en zag er op z’n paasbest uit. De aanwezigen waren voornamelijk mensen uit de Keniaanse “society” en blanken. Ik stelde me toch vragen bij het welzijn van de dieren. Ik denk dat die arme geitjes niet wisten wat hen overkwam. Ook dit weekend ga ik weer langs bij Piet en Mieke. Ik heb er mijn eigen kamer met badkamer en kan er gebruik maken van de wasmachine. Grote luxe dus ;-). Mag wel eens. En anders zit ik toch maar heel de zondag alleen in mijn hutje.

Maandag ben ik opnieuw langs geweest bij de Children’s Department, deze keer om de twee meisjes met hun moeder te herenigen. Het was fijn om zo’n hereniging te mogen meemaken. Kinderen horen bij hun ouders. Hoe goed ze ook verzorgd worden in DCV, kinderen groeien het beste op in een echt gezin, liefst bij hun eigen familie. Natuurlijk is dit niet altijd mogelijk, maar in dit geval was het wel de beste beslissing: de moeder van de meisjes is een vrouw met een goed hart en was bovendien zeer gemotiveerd om haar kinderen terug in huis te halen. Spijtig genoeg zijn er heel wat kinderen in DCV waarvan de familie onbekend is, of naar huis toekeren echt geen optie is… Voor het vertrek, heb ik nog even gepraat met het oudste meisje. De jongste is nog maar 2 jaar oud en beseft dus nog niet helemaal wat er allemaal gebeurde, maar het oudste meisje (10 jaar) wist heel goed dat ze DCV ging verlaten en terug bij haar mama wonen. Ze had er dubbele gevoelens bij. Enerzijds keek ze er naar uit om terug bij haar moeder te gaan wonen, anderzijds vond ze het moeilijk om alles achter te laten en afscheid te nemen van haar vriendjes. Het moet niet gemakkelijk zijn voor zo’n jong kind om al zoveel mee te moeten maken…

Dinsdag heb ik voor school gewerkt en wat aan het zwembad gelegen. Een iets rustigere dag dus.

Woensdag ben ik naar Mombassa gereisd om een “student/intern permit” aan te vragen bij de Immigration Services. Dat was een heel gedoe en ik moest een heleboel documenten in orde brengen. Ze vroegen eerst ook gigantisch veel geld. Gelukkig zijn we een lagere prijs overeengekomen, maar daarvoor moest ik wel een bepaald document (een brief van de hogeschool) kunnen voorleggen dat ik dus niet bij me had… Helemaal naar Mombassa gegaan voor niks dus, en volgende week mag ik weer helemaal terug om een tweede poging te doen. Bovendien is de reis naar Mombassa een hele onderneming. Eerst moest ik met de matatutu (bestelbusje dat helemaal volgepropt wordt) naar de ferry rijden, op de ferry wachten en dan de ferry nemen. De ferryboot vervoert alles en iedereen (mensen, auto’s, tractors, vrachtwagens, dieren,…). Echt op mijn gemak voelde ik me niet, aangezien er vaak gestolen wordt op de boot, en ik had mijn paspoort en veel geld bij. Gelukkig is er niks gestolen, al ben ik wel lastig gevallen door enkele mensen. Ondanks het feit dat Faith, mijn stagementor, erbij was. Nadien hebben ook heel wat mensen me gezegd dat ik beter niet meer te voet de ferry neem, en in het vervolg beter een taxi neem. Het is dus echt wel onveilig. Gelukkig hebben Piet en Mieke voorgesteld om volgende week met mij terug naar Mombassa te rijden (mijn redders in nood).

Donderdag heb ik met Pascale doorgebracht. Overmorgen keert ze alweer terug naar België, dus het was wel fijn om nog even tijd met haar door te brengen. In de voormiddag zijn we naar Ukunda (het dorp hier) getrokken omdat Pascale enkele boodschappen moest doen. Daarna hebben we een strandwandelingetje gemaakt (al duurde het wel even voor we de weg naar het strand hadden gevonden, aangezien heel wat van de wegen privéwegen zijn van de hotels en resorts hier) en hebben we iets gedronken in Forty Thieves (een bekende beach bar). Ik heb er mijn eerste “dawa” gedronken, Pascale’s favoriete drankje hier. Eigenlijk is het een Afrikaanse Mojito, met Keniaanse rum en honing in plaats van witte rum en suiker. Lekker! Maar het steeg wel naar mijn hoofd, op een lege maag en met zoveel zon. ’s Avonds had Pascale me uitgenodigd om ergens te gaan eten. Het moest een verrassing blijven waar we naartoe zouden gaan. Het bleek uiteindelijk “Afrochic” te zijn, een hotel met restaurant. En geloof me, de plek is de naam waardig, het was er echt “chic”. Het hotel was prachtig met een immens zwembad, vlak aan het strand gelegen. Bij binnenkomst kregen we zelfs een vochtige, geparfumeerde handdoek om ons op te frissen. De menukaart was ontzettend uitgebreid, en had een hele lijst vegetarische gerechten. Ik kon niet kiezen, ik ben het helemaal niet gewoon om zoveel keuze te hebben, zeker niet hier in Kenia. Uiteindelijk heb ik gekozen voor een pasta met fetakaas en pesto. Het was heel lekker en het heeft me echt gesmaakt. Je zou bijna vergeten dat je in Afrika bent… Bovendien heb ik uitgebreid met Pascale kunnen praten over haar project, Sunshine4Kids. Ik wil me in de toekomst zeker en vast nog verder inzetten voor S4K. Pascale verricht hier prachtig werk en heeft al veel betekent voor heel wat schoolkinderen en leerkrachten in de omstreken.

Vrijdag ben ik waar naar DCV gegaan. Ik was er al drie dagen niet meer geweest en de kindjes kwamen naar de poort gelopen toen ze me zagen. Ze liepen luid mijn naam en gaven me knuffels toen ik uit het busje stapte. Toch wel fijn om te weten dat de kinderen me gemist hebben en blij zijn om me terug te zien! In de voormiddag heb ik met Faith in “de office” gezeten om enkele dossiers te bespreken en een deel van mijn feedbackformulier te overlopen. Volgende week gaat mijn tussentijdse evaluatie door en moet Faith me beoordelen aan de hand van een heleboel competenties. Het zal niet gemakkelijk worden, aangezien Faith een groot deel van de competenties niet begrijpt en ze moeilijk kan vertalen naar mijn handelen op de werkvloer. Ik zal wel zien hoe het loopt :-). Gelukkig ben ik mezelf zeer bewust van waar ik sta en op welke manier ik aan de competenties heb gewerkt. Ik heb Faith ook wat computerles gegeven. Vroeger was er een “administrator” die al het computerwerk deed, maar zij is enkele weken geleden vertrokken. Faith moet haar taak nu overnemen, maar ze weet niet zo veel af van computers. Ik probeer haar nu zoveel mogelijk bij te brengen zodat ze na mijn vertrek alleen verder kan.

Ik ben de kinderen van de nursery school gaan ophalen (zij hebben op vrijdag een halve dag school). Ik doe dit niet iedere dag, alleen maar als ik toevallig niks te doen heb. Het was de eerste keer dat ik alleen de school binnenging (meestal blijf ik wachten in het busje), en ik had dus geen flauw idee in welke klas de kinderen zaten. Maar lang moest ik niet zoeken, ik stak mijn neus nog maar binnen in een van de klaslokalen, en de kinderen sprongen al recht. Ik heb samen met de kinderen geluncht en huiswerk gemaakt. Nadien zijn we ook de lagere schoolkinderen gaan ophalen. Deze kinderen zie ik minder vaak aangezien ze pas tussen 4 en 5 terugkomen van school. Het is dus altijd fijn om wat tijd met hen door te brengen.

Ook op zaterdag (vandaag dus) zijn al de kinderen aanwezig en is er tijd voor activiteiten. Deze week hebben we televisie gekeken, “saloon/hairdresser” gespeeld (de kinderen vinden het fantastisch om van alles met mijn haar te doen), naar de puppy’s gaan kijken (een van de honden van DCV is onlangs bevallen), samen gekookt, en Ismael (de timmerman van DCV) geholpen bij het vernissen van enkele schoolbanken. Die dag kwam ook de tandarts langs, een Fransman die voor een NGO werkt en kinderen in Afrika wat meer bijbrengt over tandhygiëne. De man heeft de kinderen gedemonstreerd hoe ze hun tanden moeten poetsen en wat er wel en niet goed is voor het gebit. Nadien werden al de tandjes gecontroleerd en schoongemaakt.

In de namiddag zijn we gaan zwemmen. De eerste weken waren er altijd meerdere begeleiders bij, maar de vrijwilligers zijn vertrokken en de oudere kinderen zijn terug naar de hogeschool (waar ze op campus verblijven). Ik sta er nu dus alleen voor, samen met Ali (de “driver”). Ik heb dus heel wat verantwoordelijkheid en werk (iedereen om- en uitkleden, afdrogen, kledij bij elkaar zoeken,…). Toch lukt dit me heel goed. We zijn na het zwemmen ook nog even naar het strand geweest. Nadien zat iedereen en alles onder het zand. De huismoeders zullen blij geweest zijn toen ze de kinderen terugzagen… 😉

Een van de jongetjes in DCV, ik denk dat hij 5 jaar oud is, heeft veel gedragsproblemen. Ik denk bovendien dat hij autisme heeft. Ik kan heel moeilijk tot hem doordringen en lijk geen hoogte van hem te krijgen. Toch verloopt het contact steeds beter, en de afgelopen dagen zoekt hij steeds meer toenadering. Hij pakt soms plots mijn hand vast en spreekt me regelmatig aan.

Op zaterdagavond ga ik meestal uit met mijn beste vriendin hier, Dolly (de Keniaanse medewerkster van Sunshine4Kids). We gaan dan naar de beruchte disco van Diani Beach. Als je dacht dat het Belgische nachtleven soms ver kon gaan, dan moet je eens naar “Shakatak” komen… Op straat is iedereen heel conservatief, maar eenmaal je binnen bent in die disco dan zie je een heel andere kant van Kenia. Zoals Dolly het al beschreef tijdens mijn eerste week in Kenia: “when you enter the place, it’s like a shark attack”. De disco heeft zijn naam dus echt niet gestolen…

Wat betreft mijn gezondheid ging het deze week wat minder. Echt ziek was ik niet, maar ik voelde me al een tijdje zwak. Heel de tijd moe, blauwe plekken op mijn benen, duizelig,… Ik denk dat het komt doordat ik hier geen vis- of vleesvervangers heb. Buiten eieren en soms wat kaas, eet ik hier niks dierlijks. De kans is dus groot dat ik een vitaminetekort heb. Ik ben eergisteren naar de apotheker geweest voor vitaminesupplementen en hopelijk gaat het vanaf nu beter!

Link naar de foto’s: https://www.facebook.com/media/set/?set=a.10204665321689164.1073741833.1119345977&type=1&l=c8b6ecd900

Dikke kussen,

Els

Genieten is mijn toverwoord

Hallo iedereen!

Na mijn “dipje” van vorige week heb ik het roer helemaal omgeslagen. Ik heb zolang naar deze buitenlandse stage uitgekeken, en ik wil er nu dan ook voor 100 % van genieten. Ik zou niet willen dat ik na vijf maanden thuiskom en moet vaststellen dat ik door mijn faalangst en al dat gepieker en getwijfel, ben vergeten echt te genieten van deze ervaring. Dat zou echt zonde zijn. Ik doe mijn hartstikke best, en das het belangrijkste. Tijdens mijn vorige stage had ik ook last van mijn perfectionisme en twijfelde ik voortdurend aan mezelf, en uiteindelijk is deze stage fantastisch verlopen. Als het mogelijk was geweest, dan was ik er meteen beginnen werken. Die onzekerheid was dus voor niks nodig. En ik besef nu dat dit voor deze stage ook geldt. Ik heb zowel met David, mijn stagebegeleider vanuit de AP Hogeschool, als met Pascale van Sunsine4kids gepraat over hoe ik me voel en beiden verzekerden ze er me van dat ik me nergens zorgen over hoef te maken. Ik denk vaak: “ze verwachten veel van mij”, maar eigenlijk verwacht ik gewoon veel van mezelf. Tijdens een buitenlandse stage heb je vaak veel minder begeleiding ten opzichte van een stage in België (hier is dat toch zeker het geval, aangezien Faith – mijn stagementor – nog nooit een stagiaire heeft begeleid, het begrip “stage” en “mentor” nog wat moet leren kennen en een groot deel van de opgelegde competenties niet kan vertalen naar mijn handelen op de werkvloer), en hierdoor ben je als stagiaire verplicht om vooral jezelf te beoordelen en uit te dagen. Helemaal niks mee natuurlijk – dat is een competentie op zich – maar natuurlijk moet ik er dan voor uitkijken dat ik de lat niet te hoog leg voor mezelf en niet te kritisch ben naar mezelf toe. Door te kiezen voor een buitenlandse stage heb ik de lat al hoog genoeg gelegd, zoals David het verwoordt. Ik doe mijn werk ontzettend graag (ik weet nu zeker dat deze sector mijn ding is en ik later aan de slag wil in de bijzondere jeugdzorg) en ik heb het beste voor met mijn cliënten (in dit geval de kinderen). En dat is het voornaamste. David heeft me tijdens de skypemeeting twee toverwoorden meegegeven: “genieten” en “relaxen”. En iedere keer wanneer ik voel dat ik weer begin te twijfelen of het gevoel heb de controle te verliezen, denk ik aan deze woorden. Ik probeer bewust stil te staan bij deze momenten en na te gaan waarom ik me precies zo voelde en hoe ik in de toekomst anders kan reageren/denken. Deze stage is de uitgerekende plaats om aan mijn werkpunt te werken (door het lage werktempo en het ontbreken van structuur), dus ik moet die kans dan ook met twee handen grijpen. Bovendien zijn er genoeg redenen om de twijfels los te laten en met volle teugen te genieten van deze stage:

– De kinderen zijn fantastisch en de band met hen is hecht; ze hebben mijn hart gestolen. Zowel de kleine als de oudere kinderen kennen mij, komen naar me toe, vragen me om hulp, vertrouwen me,… Wanneer ik in de ochtend toekom, komen ze naar me toegelopen, en wanneer ik ’s avonds vertrek vragen ze mij of ik morgen weer terugkom J.

– Ik kom ontzettend goed overeen met de aunties/huismoeders. In het begin was ik bang dat wanneer Jason (de vrijwilliger) zou vertrekken, ik me wat verloren zou voelen in DCV maar dat is zeker niet het geval. De huismoeders betrekken me bij de gesprekken en beschouwen mij als een deel van het team.

– Iedere avond als het tijd is om te vertrekken, zou ik eigenlijk nog langer in DCV willen blijven.

– Iedereen vertelt me dat ik super goed bezig ben en dat ik me nergens zorgen over hoef te maken. Faith is trots op me, de aunties komen me voortdurend bedanken voor alles wat ik doe, en David gelooft in mij.

– Ik krijg kansen aangeboden om mezelf te bewijzen als opvoeder-begeleider in spé en krijg verantwoordelijkheden.

– Iedere dag is anders en ik heb een goede balans gevonden tussen de verschillende taken (helpen van de aunties met de verzorgende en huishoudelijke taken, assisteren van Faith bij het sociaal werk, en het administratief werk).

– Ik heb hier al een heleboel mensen leren kennen bij wie ik terecht kan, alleen ben ik dus nooit.

– Over drie weken komt mijn vriend naar Kenia en is het tijd om te ontspannen en het land te verkennen (inclusief safari en snorkelen).

– Het is hier altijd warm (en daar wordt een mens – wel, ik toch – gelukkig van).

– ….

Ik zou nog wel even verder kunnen gaan met het lijstje, maar dan wordt het blogbericht weer te lang. Ik heb wel enkele nieuwe foto’s, en foto’s zeggen vaak meer dan woorden. Aangezien het uploaden van foto’s niet meer lukt via WordPress, zal ik al de foto’s op facebook plaatsen. Ik heb er voor gezorgd dat de foto’s voor iedereen zichtbaar zijn, dus ook voor diegenen zonder facebook (dus ik heb aan jullie gedacht, mama, papa en Eva 😉 ). Gelijktijdig met mijn blogbericht zal ik nieuwe foto’s plaatsen. De link naar het album: https://www.facebook.com/media/set/?set=a.10204665321689164.1073741833.1119345977&type=1&l=c8b6ecd900

Wat ik deze week nog allemaal gedaan heb op mijn stageplaats? Naast de huishoudelijke taken (koken, schoonmaken, strijken…), de verzorgende taken (helpen bij het eten, verschonen…) en het bezig zijn met de kinderen (activiteiten organiseren, huiswerkbegeleiding, troosten, praten…), heb ik ook nog het volgende gedaan (jaja, drukke weken, drukke weken ;)):

Maandag ben ik langs geweest bij de Children’s Department om enkele dossiers te bespreken. Er zijn enkele kleuters in DCV waarvan heel weinig geweten is, en het is nu de bedoeling dat we uitzoeken wie hun familie is en waar ze vandaan komen. We hebben ook de mogelijke terugkeer van twee meisjes besproken (heb ik in mijn vorige blogbericht wat over geschreven), en we hebben besloten dat de meisjes terug naar hun moeder kunnen gaan. Volgende week worden ze weer herenigd! Ik heb ook een “social inquiry” ingevuld voor twee kinderen die in DCV verblijven. Dit document moet ingevuld worden voor kinderen die niet door de rechtbank in DCV worden geplaatst, bv. omdat ze binnengebracht zijn door een Child’s Officer van de Children’s Department (bevat onder meer de basisgegevens van het kind, de “family background”, de reden voor plaatsingen,….) en wordt nadien doorgegeven aan de jeugdrechtbank. De jeugdrechtbank bepaalt dan of het kind in DCV kan blijven of niet. Ik heb tevens een “exit/replacement agreement” opgesteld voor het vertrek van de twee meisjes. Op dit ogenblik wordt er nog veel met de hand geschreven en zien al de formulieren en documenten er anders uit. Ik probeer nu samen met Faith al de brieven en verslagen op te stellen aan de hand van de bestaande documenten van DCV en hoe ik het geleerd heb tijdens mijn vorige stage in de Bijzondere Jeugdzorg. Allemaal op de computer, zodat Faith de documenten in de toekomst kan hergebruiken. Ik hoop dat tegen de tijd dat ik vertrek Faith verder kan zonder mijn hulp.

Ik heb een gesprek gevoerd met een van de oudere meisjes. Ze had me vorige week al laten weten dat ze eens met mij wilde praten, en zaterdag zijn we dan samen iets gaan lunchen en hebben we een “IB- gesprek” gedaan (of “individueel begeleidingsgesprek” zoals ze dat noemen in de Bijzondere Jeugdzorg in België). Ze ligt heel erg met zichzelf in de knoop en is onzeker over de toekomst. In DCV zie ik haar niet zo vaak omdat ze meestal op school zit, maar tijdens dit gesprek heb ik haar beter leren kennen en een heel andere kant van haar gezien. Na het gesprek liet ze me weten dat ze blij was dat ze er eens met iemand over kon praten. En het zijn dus voor zo’n dingen dat je deze job doet. Als je maar iets voor je cliënt hebt kunnen betekenen :-).

Zondag heb ik doorgebracht bij Piet en Mieke (twee Belgen, een gepensioneerde ex-militair en zijn vrouw) die zich in Kenia hebben gevestigd. Ik was samen met Pascale bij hen uitgenodigd in hun prachtige tuin en twee schatten van honden. Mieke had fantastisch lekker gekookt (speciaal voor mij heeft ze haar vegetarische kookkunsten boven gehaald). We zijn ook naar een geitenrace gaan kijken. Jaja, je leest het goed. Geiten die een wedstrijd lopen voor het goede doel (mensen konden bieden op de geiten). Ik zie hier nogal dingen ;-). Al stelde ik me toch vragen bij het welzijn van de beestjes…

Zo, dit was het dan weer voor deze week. Zoals je kunt lezen, ik zit hier goed en haal ontzettend veel voldoening uit het werk dat ik verricht op mijn stageplaats, en dat is waar het uiteindelijk allemaal om draait! Vergeet zeker de foto’s niet te bekijken!

Dikke kussen,

Els